De Ommekeer deel 10

De Ommekeer deel 10

Debby leest verder in de brief van haar grootvader.

“Je vader krijgt een brief van je moeder dat zij de voogdij over jou wilde hebben.
We konden twee dingen doen: de voogdij over jou proberen te krijgen of een andere oplossing die ik je verderop in de brief vertel. We zijn naar de kinderbescherming gegaan, daar lieten ze direct doorschemeren dat wij weinig kans maakten op de voogdij. We vertelden wat er met je zou gebeuren als je terugging naar je moeder, maar we kregen te horen dat er ‘geen signalen’ waren dat er iets mis was met haar. Wij vertelden dat ze aan de drank en de drugs was en met wie ze dat samendeed, maar een meewarig hoofdknikken was de enige reactie. Met de woorden: “U kunt altijd een schriftelijk verzoek indienen,” werden we, vriendelijk doch dringend, verzocht te vertrekken. We beseften dat jij verloren was, maar daar wilden we ons niet bij neerleggen. Het was nu tijd om de tweede mogelijkheid te benutten. Ik schreef een brief aan je moeder waarin we vertelden dat we een week op vakantie zouden gaan en je daarna kwamen brengen. Ik hoopte dat de politie deze brief zou vinden om ons nog beter vrij te pleiten voor wat ik zou gaan doen. Ik boekte een ‘last minute’ huisje en we meldden de school dat jij ziek was.”

De begraafplaats begint voor Debby een boosaardig gevoel te krijgen. De zon die het geheel een vriendelijke uitstraling geeft is verdwenen achter donkere wolken. De vrouw stopt met harken van de paden en gaat naar binnen. Debby bergt de brief op in de grote enveloppe en loopt snel naar huis. Daar zet ze de televisie aan om niet meer te hoeven denken aan het laatste stuk van de brief, die een toon heeft gekregen waar ze bang voor is geworden. Wat bedoelt mijn opa met de tweede mogelijkheid en wat heeft de politie daar mee te maken? vraagt ze zich af. Ze bergt de brief op in de kast. Langzaam komt de rust in haar hoofd terug en ze gaat naar bed. Die nacht krijgt ze een nachtmerrie, waarin haar vader aan het verdrinken is in een groot kanaal.

Ondanks de boze droom is ze verkwikt wakker. Ze loopt naar het raam en kijkt naar buiten, waar kinderen met de bladeren aan het spelen zijn. Met veel kabaal komt een veegwagen ze opruimen. Ze neemt een douche, waardoor ze zich nog beter voelt. Ze zet een pot thee, maakt vier boterhammen met kaas en pakt de brief uit de kast. Ze neemt een hap brood en een slok thee voor ze begint te lezen.

“Voor we naar onze vakantiebestemming gingen, heb ik in Antwerpen een pistool met geluiddemper gekocht en in Amsterdam een beetje heroïne.
Vanuit een telefooncel in Putten heb ik je moeder gebeld met het voorstel om alvast wat spullen te brengen en om over de overdracht van Debby te praten. Ik had één eis: de vriend van je moeder moest erbij zijn. In dat gesprek deed ik net of ik afstand nam van je vader zijn bekrompen ideeën over jouw opvoeding. Hier trapten ze gretig in en ik was hartelijk welkom. Omdat mijn auto zou kunnen opvallen, heb ik er een gehuurd in Putten en ben naar het huis van je moeder gereden. In een tas met spullen van jou heb ik het pistool en de heroïne verstopt. Ik begroette ze onderdanig en alleen door de gedachte aan mijn plan, was ik in staat om de vreselijke overwinningsgrijns op het gezicht van die twee te verdragen. Zo snel als ik kon, ging ik naar binnen, om de kans dat de buren mij zouden zien of horen, zo klein mogelijk te maken. De buren wisten wat er aan de hand was, dus in geval van herkenning zouden ze zwijgen tegen de politie, daar was ik wel van overtuigd, maar ik nam liever het risico niet.”

Debby laat de brief  in haar schoot liggen en fluistert: “Mijn god opa, wat heb je gedaan.”
Ze pauzeert om haar broodjes op te eten. De angst van gisteren komt weer terug, maar de wil om te weten hoe het verder gaat in de brief is sterker.

“Met de tas waar jouw spullen in zaten op schoot, ging ik tegenover ze zitten. Nu kwam een moeilijk probleem, ik wilde weten of zij iets met de verdwijning van je vader te maken hadden. Vanaf het eerste moment dat ik ze ontmoette, heb ik het bange burgermannetje gespeeld. Iets wat criminelen, gesteund door hun advocaten en het justitieel apparaat, van ons verwachten. Sorry, ik dwaal af, maar ik wil dat je weet hoe ik daarover denk om te begrijpen wat ik ging doen. Ik vroeg op smekende toon: ’Weten jullie misschien waar mijn zoon is?’
De blaaskaak trapte onmiddellijk in de val en volgens mij wilde hij het ook graag zeggen. Hij vertelde dat ze hem met een smoesje naar de begraafplaats, waar we zo vaak kwamen, hadden gelokt. Daar hadden ze hem vermoord en onder een grafsteen gelegd. De details hierover gaan met mij mee het graf in, het is voor jou niet van belang dit allemaal te weten.”


Debby heeft het gevoel of een hand haar keel dichtknijpt en valt flauw op de bank. Op het kerkhof, waar haar vader zou liggen, vallen de bladeren als een deken over de overledenen. Een vrouw veegt de bladeren van de stenen op de paden om ze daarna weg te harken, terwijl ze denkt aan het meisje dat hier de vorige dag zo verdrietig op het bankje zat. Debby komt weer bij en drinkt een glas water. Ze neemt zich voor om vanaf nu sterk te zijn en door te lezen.

“Nu wist ik dat je vader dood was en meer hoefde ik niet te weten. Uit de tas pakte ik het pistool en richtte dat op hem. Hij begon te lachen en zei: ‘Doe niet zo dramatisch, ouwe.’
Ik schoot hem in zijn hart en zijn hoofd. Je moeder begon te smeken om genade en zei dat ze je met rust zou laten. Door de gedachte dat ze binnen de kortste keren weer een pooier en leverancier zou hebben voor haar verslaving en dat alles dan weer opnieuw zou beginnen, nam ik geen enkel risico en heb haar op dezelfde manier doodgeschoten.”

Hoe kan dat nou. In de kranten stond dat het een afrekening was in het criminele drugscircuit. Hoe heb je dat voor elkaar gekregen opa?

“De heroïne die ik gekocht had, heb ik aangelegd met zuiveringszout en in een plastic zakje op tafel gelegd met wat losse poeder eromheen. Nu zou de politie denken dat het om het oplichten van een drugskoper zou gaan die wraak had genomen. Ik heb gewacht tot het nacht was en vanuit een telefooncel in Amsterdam de politie anoniem getipt dat er een drugsdeal zou plaatsvinden op het adres van je moeder. Daarna ben ik met de tas met jouw spullen naar ons vakantiehuisje gereden. Daar heb ik mij verkleed en alle kleren in de open haard verbrand, terwijl jij sliep. Het pistool heb ik de volgende morgen verstopt op een plaats die niemand ooit zal vinden. Wij werden uiteraard niet verdacht. We kregen nu wel de voogdij over jou. De politie-inspecteur waar we de eerste keer waren om over de verdwijning van je vader te praten heeft ons, vanwege zijn slechte geweten, daarbij geholpen. Wij hebben niets over je vader aan de politie verteld.”

Debby stopt met lezen. Piekerend zit ze met de brief in haar handen op de bank. Mijn lieve opa, knalt op een avond twee monsters van mensen van de wereld, alleen om mij te beschermen. Een gevoel van trots en dankbaarheid zorgt ervoor dat ze begint te gloeien. Ook komt de vraag in haar op, wat moet ik met deze wetenschap? Ze begint weer te lezen.

“Toen alle drukte over het overlijden van je moeder over was, hebben je oma en ik overlegd wat we moesten doen met je vader. Hij lag op de plek die hem het dierbaarste was op de hele wereld en we besloten hem daar te laten liggen. We hopen dat je ons kunt vergeven voor wat we hebben gedaan. Maak iets moois van je leven.”

Je oma en je opa.

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *