De Ommekeer deel 11

De Ommekeer deel 11

Na het uitlezen van de brief, raast een intense woede, die Debby nog nooit eerder gevoeld heeft, door haar hele lichaam. In volle omvang dringt het tot haar door wat haar opa en oma is aangedaan. Deze lieve mensen die zo goed voor haar waren en nooit iets of iemand kwaad hebben gedaan, zijn door een stel criminelen, beroofd van hun zoon. Hun kleinkind willen ze laten verkrachten door een monster dat diep vanbinnen kinderen haat, om de reinheid die zij zelf niet hebben. Deze verachtelijke wezens houden maar van één persoon, zichzelf. Zij manipuleren kinderen die kwetsbaar zijn, zo dat het lijkt of ze vrijwillig met ze mee gaan voor hun gruwelijke daden. Hun misdaden laten ze door middel van kinderporno via het Internet aan anderen zien. Ieder mens, dus ook een pedofiel, weet hoe deze verschrikking is gemaakt. Iemand die oprecht van kinderen houdt zou hiervan de grootste vijand moeten zijn. Mijn grootouders hebben mij hiertegen beschermd met een onvoorstelbaar groot persoonlijke offer, het gedwongen nemen van twee mensenlevens. Met deze verschrikking moeten ze verder leven, om mij een toekomst te geven. Dit alles is gedaan, tegen de stroom tegenwerking van de kinderbescherming en het justitiële apparaat in. Met een beetje begrip en het aanpakken van de criminelen in de maatschappij, kan het allemaal voorkomen worden.
In gedachten probeert ze naar signalen te zoeken die er geweest moeten zijn na het meemaken van deze verschrikkingen, ze kan ze niet vinden. Het is altijd gezellig bij ze en elk jaar gaan ze op vakantie naar Frankrijk.
Door het verlies van haar ouders heeft Debby, geen zin om verder te leren na de lagere school. Haar grootouders stimuleren Debby om toch naar de mavo te gaan. Met veel hulp van haar opa haalt ze haar diploma en gaat bij een bank werken.

Wat bij haar ouders niet mogelijk is, door het gedrag van haar moeder, kan nu wel, vriendinnen en later vriendjes bij haar oma en opa thuis ontvangen. Ze geven haar complimenten waar ze kunnen, haar zelfvertrouwen groeit daardoor. Het ondermijnende gedrag van haar moeder is hierdoor als een sneeuwpop in augustus verdwenen. Haar opa waarschuwt haar, dat wanneer ze aan de drank of drugs verslaafd raakt, hij haar zonder pardon het huis uit zet, hierdoor heeft ze geen enkele behoefte om daarmee te experimenteren.

Debby legt de brief van haar opa op het tafeltje en begint ernaar te kijken. Ze probeert haar gedachten onder controle te krijgen om te weten wat ze moet doen. Afwachten, is het enige wat ze kan bedenken, maar één ding neemt ze zich voor, ik zal doen wat opa en oma in de brief hebben gezegd, iets van mijn leven maken. Op dat moment begint een zoektocht naar een betere toekomst. Er gaat ruim een jaar voorbij waarin ze, zonder succes, wanhopig op zoek is naar dat betere leven. Ze doet niet meer dan wat ze vóór de brief deed. Overdag wat wandelen in de stad en de parken, waarbij ze de begraafplaats van haar vader zorgvuldig mijdt, en ‘s avonds televisiekijken. Op een dag wakker schrikt ze wakker uit een droom, waarin ze samen met haar vader op een van hun favoriete plekjes in Frankrijk wandelt.
“Zo gaat het niet langer trut, ga naar het kerkhof,” moppert ze op zichzelf.
Ze stapt uit bed en gaat douchen. Ze eet twee sneetjes oud brood die ze met een kopje thee wegspoelt. De rest van de oude kuch neemt ze mee voor de eendjes en de paarden. Ze wandelt via het jaagpad, waar ze net als vroeger, met haar vader de eendjes voerde. Dáár beginnen de tranen al over haar wangen te lopen en ze overweegt om haar kruistocht, zoals ze dat voelt, te stoppen. Ze scheldt tegen zichzelf: “Houd op aansteller, doe een beetje flink en maak iets van je leven, in plaats van te janken!”

De krokussen bloeien overal, vroeger plukte ze die weleens voor haar moeder die ze direct in de vuilnisbak gooide: “Wat moet ik met die stinktroep.”
Het maakt haar tocht nog zwaarder, maar ze zet door, gedreven door een kracht die ze niet begrijpt, maar waar ze wel blij mee is. Aarzelend stapt ze over de dam de begraafplaats op. Ze gaat naar de plek waar ze vroeger vaak zat met haar vader en haar grootouders en gaat zitten, met het laatste beetje brood in haar handen. De paarden van vroeger zijn er niet meer, de nieuwe grazen gewoon door, want ze kennen haar niet. Ze laat de atmosfeer van kalmte en rust tot zich doordringen. Eindelijk is ze zelf ook rustig in haar hoofd en begint om zich heen te kijken, op zoek naar een aanwijzing waar haar vader begraven kan zijn. Het enige wat ze ziet, is de vrouw die de begraafplaats beheert en die ze meer dan een jaar niet heeft gezien. Ze is bezig met klimplanten, die overal groeien, weg te halen waar ze in de weg zitten.

De vrouw komt naar Debby toelopen: “Hallo, een tijd niet gezien.”
Debby staat op: “Ik kon het niet opbrengen om hier te komen.”
De vrouw kijkt haar, zwijgend, welwillend aan.
Het dringt tot Debby door dat het erg vreemd is wat ze heeft gezegd. Ze kan uiteraard niet zeggen, dat komt omdat mijn vader hier ergens begraven ligt. In plaats daarvan zegt ze: “Vroeger kwam ik hier vaak met mijn vader en oma en opa, maar die zijn dood. De herinneringen daaraan zijn te pijnlijk, maar nu probeer ik het weer.”
De vrouw weet dat er iets bijzonders aan de hand is, ze vermoed ook wat. Ze zegt hier niets over, daar is ze veel te wijs voor. Wat ze wil doen is die wijsheid delen met de jonge vrouw, die zo verdrietig op dit bankje zit.
“Soms kom je er alleen niet uit. Ik heb iets voor je wat je kan helpen, loop maar met me mee.”
Totaal overbluft doet Debby, zonder iets te vragen, wat de vrouw zegt. Ze lopen naar het witte huis op de begraafplaats en gaan naar binnen. De vrouw pakt een kan koffie en schenkt zwijgend in. Buiten strijden de vogels zingend en vechtend voor de beste nestplaatsen, maar Debby, die altijd van hun geluid geniet, hoort het niet. Ze hoort de vrouw als in een droom zeggen: “Dit boek kan je helpen, lees het en doe wat er in staat. Je leven zal in positieve zin veranderen.”
Debby leest de illustere titel: ‘Word uw mind de baas’.
Ze drinken hun koffie en hebben het over de prachtige kleuren van het voorjaar en de geschiedenis van de begraafplaats. De vrouw vermijdt elke vraag of zinspeling waarom Debby zo verdrietig is. Ze nemen afscheid en Debby wandelt met haar gift onder haar arm rechtstreeks naar huis.

Zonder aarzelen begint ze te lezen. Vanaf de eerste regel is ze gegrepen door de tekst, de wereld om haar heen verdwijnt ergens in het oneindige heelal. Ze neemt af en toe rust om haar branderig aanvoelende ogen te laten bijkomen, waarna ze weer verder leest. De mogelijkheden zijn zo veelzijdig en uitgebreid, dat ze af en toe, van ongeloof, spottend glimlacht. Met haar geest kan ze haar lichaam opdracht geven zichzelf genezen. Depressies verdwijnen. Dat gelooft ze direct, want door het lezen alleen al, voelt ze zich nu véél opgewekter. Haar zintuigen worden gescherpt, intuïtie brengt haar naar ongekende mogelijkheden. Negatieve emoties als jaloezie en afgunst verdwijnen om plaats maken voor positieve zoals liefde, vergevingsgezindheid en vreugde. Problemen houden haar niet meer op, ze vindt daar eenvoudige en snelle oplossingen voor. Dit kan ze allemaal bereiken door een simpele oefening. Hierdoor kan ze haar geest in verschillende golflengten laten functioneren. Bèta voor normaal actief gebruik zoals nu, Alfa voor controle over haar geest in volkomen ontspanning en Theta voor een nog diepere ontspanning, maar daar moet je veel trainen, aldus het boek.

Ze voelt dat haar leven drastisch gaat veranderen. Tijdens het lezen heeft ze geen honger of dorst. Nu ze het boek uit heeft, borrelt haar maag van de honger.
Met haar laatste restje weekgeld gaat ze naar een eetgelegenheid met drie sterren, voor een culinair festijn. Ze stapt vrolijk neuriënd naar binnen. De man in de snackbar kijkt haar afkeurend aan.
“Wát nou! Mag ik in deze drie sterrentent niet vrolijk zijn of zo?”
“Huh.”
“Ik bedoel de drie sterren van kogelinslagen in het glas van je voordeur.”
“Huh.
“Kan je ook nog wat anders zeggen?”
“Wat mot je?”
“Doe maar een patatje oorlog, dat past wel in deze omgeving.”
“Huh.”
Debby houdt verder haar mond. De idioot achter de toonbank gaat met een doek, waar meer frituurvet in zit dan in een van de pannen, iets schoonmaken.
In haar laatste poging tot een conversatie zegt ze op een sarcastische toon: “Dát knapt lekker op.”
“Huh.”
“Laat maar.”

Ze besluit die avond een oefening te doen om in Alfa te komen. Ze hoopt dat ze dan van haar kwellende gedachten uit het verleden verlost is, al is het maar voor één minuut. Ze pakt het boek en zoekt het gedeelte waar de oefeningen staan. Er zijn drie manieren om je hersens in de alfastand te zetten. Je kan je lichaam deel voor deel ontspannen, maar daar heb je een instructeur bij nodig. Die techniek valt dus af, want die heb ik niet.
Concentreren op je ademhaling, inademen als blauw, uitademen als rood. Dat is voor als je snel even wil ontspannen of iemand die in paniek is, rustig wil krijgen. Ik ben totaal niet in paniek, dus die valt ook af. Dan is er nog de methode van terugtellen van honderd naar nul. Tijdens het tellen moet je proberen de getallen te visualiseren. Deze manier gebruikt ze. Ze gaat eerst naar de wc om te plassen, want dat moet van het boek, ook als ze maar een beetje hoeft. Ze gaat liggen en begint terug te tellen. Na een zware strijd, beheersen de getallen haar gedachten, in plaats van haar kwellende verleden. Bij dertig is haar ademhaling, naar haar idee, vrijwel tot stilstand gekomen. Er bestaat geen drukke wereld meer, voor het eerst in lange tijd is er alleen die goddelijke rust.

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *