De Ommekeer deel 22

De Ommekeer deel 22

Drie weken na de ontmoeting met Charles, valt Jean tijdens een wandeling naar de bron, waarbij hij zijn scheenbeen bezeert. Hierdoor is het hem duidelijk dat medische zorg, zonder identiteitsverlies, onontbeerlijk is. Dit besef maakt een einde aan zijn twijfels over het opgeven van zijn vrijheid.

Op een zonnige zondagmorgen wandelt hij door de poort van het kasteelterrein. Corinne, de vrouw van Charles, ziet hem als eerste aan komen. Of hij wel of niet zal blijven, maakt haar op dat moment niet uit, ze is blij hem te zien. Ze gaat hem tegemoet, zwijgend omhelst ze hem. De twee mannen begroeten elkaar met een simpele handdruk, waarin alle onderlinge begrip en genegenheid voor elkaar gevat is. Jean kan kiezen uit, in het kasteel wonen of een eigen plekje in de voormalige paardenstal, waar vroeger de koetsier van de diligence bij de paarden overnacht. Hij kiest voor het laatste. Buiten de stallen bestaat het gebouw uit een slaapkamer, een woonkamer en een doucheruimte met wc. Alles is oud, maar functioneert nog. Het enige wat ontbreekt is was warm water en elektriciteit. Dit lost Jean voorlopig op met een verlengsnoer vanuit het kasteel. De volgende dag gaan ze een kleine boiler halen in de stad.

Met zijn drieën en veel sop maken ze het woongedeelte schoon. Corinne en Charles zijn onder de indruk van het werktempo van Jean. De twijfel van Corinne, dat hij het kasteel alleen kan opknappen, zoals Charles beweert, is verdwenen. Om vier uur die middag is het huis klaar.

Met de nieuwe auto gaan ze de meubeltjes van Jean halen. Corinne heeft Charles, min of meer, verboden om dat oude barrel te laten opknappen. Na enige discussie, ziet hij zelf ook in dat de kosten absoluut niet in verhouding staan tot de waarde. Zelfs niet de sentimentele, zoals Charles dit als laatste argument had gebruikt. Corinne gaat mee, want zij wil zien waar Jean woont. De verhalen van Charles over hoe mooi het is, heeft ze met de nodige reserve aangehoord. Die is, bij het naar binnengaan van de schuilplaats direct verdwenen. De positieve energie die de plek uitstraalt, voelt ze als een gemis in haar eigen leven. Ze weet dat het niet van de plaats komt, maar van Jean. Ze hoopt dat hij dat ook in het kasteel kan brengen, zelf heeft ze geen idee hoe ze dat moet doen. Van het bed nemen ze alleen het onderdek en deken van konijnenbond mee. De matras van mos is niet meer nodig, want een van de bedden uit het kasteel komt bij Jean te staan. Zijn zelfgemaakte tafel en stoel passen in de kofferbak van de auto.

De miniatuur van Nina krijgt een ere plaats in zijn nieuwe thuis. Zijn rugzak hangt hij, als aandenken aan zijn reis, aan de muur. Dit is mijn nieuwe thuis, hier wil ik wel oud worden, denkt Jean.

Om samen de werkzaamheden te bespreken gaat Jean bij ze eten. Er is nog een reden voor, Corinne vindt het prettig om lekker te koken voor iemand die dat waardeert. Charles is op dit gebied volkomen apathisch, door de sfeer die er in het kasteel hangt. Voor de buitenwereld, bedenken ze een verhaal over de herkomst van Jean. Hij is de zoon van een vriendin van Corinne die in Parijs woont. Hij is eerst regelmatig op bezoek geweest op het kasteel en nu woont hij daar permanent om het op te knappen.

Om Corinne en Charles weer plezier te laten beleven, begint Jean met het terras op te knappen. Nu kunnen ze, zonder zich te ergeren aan de woekerende planten, buiten zitten. Het gazon waar nauwelijks over te lopen is door de hoge planten, is de tweede stap. In een grote schuur, die bij het kasteel hoort, vindt Jean een roestige zeis en een kapotte zitmaaier. Van de zeis maakt hij een enorm scheermes. De grasmaaier stoot, na een grondige revisie, niet alleen lawaai en rookwolken uit, hij maait ook.
Corinne ziet Jean, zwaaiend naar haar, op zijn rokende monster zitten.
Ze moet lachen om de clowneske manier waarop hij dit doet. Eindelijk weer iets om te lachen, denkt ze. Het gaat zoals ze hoopt, de positieve houding van Jean en zijn tomeloze energie, zorgen voor een ommekeer in de atmosfeer op het kasteel.

Jean heeft een fles wijn gekocht in de supermarkt van het dorp. Het verbaast hem dat er geen wijn bij het eten wordt gedronken. Het meisje achter de kassa glimlacht uitnodigend naar hem. Ze vindt hem erg leuk en is nieuwsgierig waar hij echt vandaan komt. Het verhaal van de vriend uit Parijs gelooft niet iedereen. Sommigen brengen hem in verband met de ‘wonderbaarlijke’ redding van Charles, anderen denken aan een buitenechtelijk kind van hem. Jean spiegeld haar glimlach, maar hij gaat niet in op haar uitnodiging.

Zijn fles wijn neemt hij die avond mee naar tafel.
“In Frankrijk wordt er wijn gedronken bij het eten.”
“Dat is een attent idee,” vindt Charles.
“Daar kun je een voorbeeld aan nemen,” zegt Corinne ‘honingzoet’.
“We gaan geen ruzie maken, want het leven is te kort om dat te doen,” waarschuwt Jean de twee.
“Je hebt gelijk Jean, sorry.”
“Hoe komt het dat jullie geen wijn drinken bij het eten?”
“Dat is mijn schuld. We hebben een wijnkelder vol, maar ik ben te beroerd om daar iets mee te doen. Na het eten gaan we samen kijken.”
“Dan is dat opgelost.”
Hij vermoed dat ze dit soort dingen doen om elkaar iets betaald te zetten in hun relatie.
“Het verleden is voorbij, daar praten we niet meer over. Jullie gaan en nieuwe toekomst tegemoet.”
Corinne blijft zich verbazen over Jean. Het gemak waarmee hij deze kwestie oplost, vindt ze passen bij iemand die zoveel heeft meegemaakt als hij. Ze beloofd zichzelf om haar houding te veranderen van negatief naar positief.

Na het eten kijken Charles en Jean in de wijnkelder. Jean ziet de hoeveelheid en de kwaliteit van de wijnen. Grand Cru’s uit de Bourgogne tot Bordeaux.
“Hier ligt voor een kapitaal.”
“Dat zie je verkeerd Jean, hier ligt veel lekkers, wat wij gaan opmaken.”
“Vooruit dan, omdat je zo aandringt.”
Ze zoeken elk een paar flessen uit, die meegaan voor de komende dagen.

Jean verandert de kas en de groentetuin van een wildernis tot wat ze moeten zijn, leveranciers van ecologische groenten en fruit. De tuin is klaar op het snoeien van de fruitbomen na, dat uitgesteld is tot de herfst, omdat het zeer ingrijpend moet gebeuren. Tijdens het gesprek noemt Charles ook de kersenbomen. Hierdoor denkt Jean weer aan de kersenpit die hij van Nina op zijn hoofd kreeg.
“De kersenpit!”                                                                                                              Corinne en Charles kijken hem verbaasd aan.
Jean rent naar zijn huisje. Met zijn rugtas komt hij terug en ploft op zijn stoel. De verbazing van Corinne en Charles maakt plaats voor nieuwsgierigheid. Jean opent de rugzak en begint te zoeken.
“Kijk, een kersenpit.”
“Hij is mooi, maar wat moet je daarmee?”
“Dat zal ik jullie vertellen.”
Jean vertelt hoe Nina en hij elkaar ontmoet hebben.
“Die krijgt een prominente plaats in de tuin,” besluit Charles met zijn grote idee in gedachten.
“Morgenmiddag planten we hem met een officiële ceremonie in de kas.”
“Goed idee Corinne,” beamen de mannen.

De volgende dag loopt er een processie naar de kas. Corinne, voorop met een fles champagne. Daarachter Jean met zijn rugtas en drie glazen. Charles sluit de rij met een potje gevuld met aarde in zijn handen. Om de processie hangt een wolk van prettig aanvoelende meligheid. Jean opent de rugtas, waar de pit en een fototoestel uitkomt. Corinne neemt de taak van fotografe op zich. Charles plaatst het potje met aarde op een van de planken. Jean duwt de pit in de grond. De fles champagne plopt open. Op de aarde sprenkelt Jean voorzichtig enkele druppels champagne, de rest drinken ze op, want weggooien is zonde.

Jean begint met het opknappen van het kasteel. Samen met Charles koopt hij de nodige, tweedehands, houtbewerking machines. Op honderd meter afstand van het kasteel, staat een grote schuur waar vroeger het vee heeft gestaan. De zolder van de schuur is oorspronkelijk de opslag voor hooi en stro, nu staan daar de grasmaaier en een paar oude rijtuigen. De rest van de grote ruimte is leeg.
Beneden is nu, in plaats van vee, de opslag van brandhout. Een paar eikenhouten stammen liggen te wachten op verwerking tot brandhout. Jean besluit die stammen te gebruiken om kozijnen te maken. Met een kettingzaag maakt hij er verwerkbare stukken van. In een bijna ingestorte kast, vindt hij antiek houtbewerking gereedschap. Deze knapt hij op, om bij het maken van de kozijnen te gebruiken. Met het elektrische gereedschap zaagt hij de balken voor de kozijnen op maat, om daarna de laatste afwerking met het oude gereedschap te doen. Zo maakt hij kozijnen die meer dan honderd jaar oud lijken. Ze zijn wel geschikt voor dubbel glas. Het verleden moet je in ere houden, maar de toekomst daarbij niet vergeten, vindt Jean.

De zomer maakt plaats voor de herfst. Het kasteel is van nieuwe kozijnen voorzien. Jean last een pauze in om eerst de fruitbomen te snoeien.

Op een koude, regenachtige, avond zitten ze te eten. Charles heeft de open haard aangestoken, maar de warmte die daarvan af komt is bijna helemaal voor de vogels buiten. De vochtige kilte in de woonkamer blijft onaangenaam. De hoeveelheid hout die op een avond is verstookt, is enorm.
“Hoe doen jullie dat in de winter?” informeert Jean.
“Wij zitten in de winter altijd bij de open haard met onze jassen aan.”
“Ik kan, als jullie dat willen, de schoorsteen geschikt maken voor een houtkachel.”
“Geeft dat meer warmte dan?” vraag Corinne direct geïnteresseerd.
“Véél meer.”
“Dan wordt dat de eerstvolgende klus. Doe jouw schoorsteen ook meteen,” oppert Charles, blij met het vooruitzicht op een warm huis.

De volgende dag kopen Charles en Jean de benodigdheden, zoals een dubbelwandige roestvrijstalen pijp om de schoorstenen geschikt te maken voor een houtkachel. Jean plaatst de pijp in het rookkanaal en maakt de schoorsteen aan de onder en bovenkant dicht. Op een kille avond proberen ze de houtkachel. Jean waarschuwt Charles om rustig te beginnen. Die gooit enthousiast de kachel vol met droog afvalhout uit de timmerwerkplaats van Jean. Binnen een paar uur is het bijna dertig graden in de kamer. Jean draait de luchttoevoer naar de kachel helemáál dicht waardoor hij langzaam uit gaat. Nu zitten ze niet met hun jas aan, maar in zomerkleding te genieten van de warmte. Die blijft, door de dikke muren en de dubbele ramen tot de volgende dag hangen.

In gesprekken met zijn drieën, en ook met ieder afzonderlijk, begrijpt Jean steeds beter waarom ze zo ongelukkig zijn. Charles heeft het kasteel geërfd als laatste telg van de familie. Corinne ontmoet hij op een feest in Parijs. Zij vindt het zeer romantisch om in een kasteel, uit de twaalfde eeuw te wonen. Na een aantal jaren proberen, blijkt het dat ze geen kinderen kunnen krijgen. De romantiek van het wonen in een kasteel is, mede hierdoor, langzaam verdwenen. Wat overblijft is verplicht wonen in een kil kasteel, dat steeds meer in verval raakt. Door zijn plichtsgevoel tegenover zijn overleden ouders, wil Charles het kasteel niet verkopen, hoe Corinne ook op hem inpraat, omdat zij liever naar Parijs verhuisd.

Door de positieve houding van Jean, is de sfeer in het kasteel steeds beter. Corinne en Charles maken elkaar nu geen verwijten meer dat ze ongelukkig zijn maar werken, door aansturen van Jean, nu samen om daar verbetering in te brengen. Op aanraden van hem gaan ze af en toe een, lang, weekend naar Corinne haar geliefde Parijs, de stad waar ze geboren en opgegroeid is. Jean past dan op het kasteel. Hij leert Charles gooien met de speerwerper. Die is verbijsterd hoe hard en nauwkeurig Jean een speer kan gooien over een grote afstand. Na eindeloos oefenen lukt het Charles om min of meer in de juiste richting te gooien.

Van Corinne leert Jean pianospelen. Hij blijkt over een groot gevoel voor muziek te beschikken. Van Charles leert hij schaken. Vrienden en dorpsgenoten komen weer op visite, nu de sfeer en de temperatuur in het kasteel zo aangenaam zijn. Corinne organiseert etentjes, haar grote hobby. Iedereen houdt zich aan de afspraak om niet over de afkomst van Jean te praten. Het grote plan van Charles over de toekomst van het kasteel is steeds definitiever.

De jaren gaan voorbij, een tijd waarin Jean steeds minder denkt aan zijn familie. Wanneer hij wel aan ze denkt, verkeert hij in tweestrijd. Het kan goed met ze gaan, maar ook slecht. In het eerste geval wil hij dat graag weten, in het tweede niet. Nu hij een doel in het leven heeft, verplaatst hij dit probleem naar de toekomst, tot hij een plaatselijk krantje in handen krijgt.

Jean heeft van een Engelse collega geleerd hoe je een origineel Engels ontbijt moet maken. Het probleem is om in Frankrijk de juiste ingrediënten te vinden. Nu heeft hij een winkel gevonden die dat verkoopt. Hij beloofd Corinne en Charles dit ontbijt de volgende morgen te maken. Vroeg gaat hij naar de stad om zijn ingrediënten te halen. Bij de ingang van de winkel staat een ijzeren rekje met lokale kranten erop. Met een automatisch gebaar neemt hij een exemplaar mee. De worstjes komen uit de diepvries, maar daar is niets aan te doen.
De slager snijdt het spek zoals Jean het hebben wil. Met zijn boodschappen en het krantje gaat hij naar huis.

Corinne en Charles zijn in de tuin bezig, in afwachting van hun traktatie. Ze ruiken en horen Jean bezig in zijn keukentje. Op het terras brand een klein vuurtje in de barbecue. Wat daar de bedoeling van is, snappen ze niet tot Jean ze roept voor het eten. De roereieren, het spek, de tomaten en de worstjes heeft hij gebakken. Alles staat onder aluminiumfolie op tafel.
Het brood dat erbij hoort heet in Frankrijk, American pane. In goed Nederlands is dat Casino wit. Dit brood roostert Jean op het vuurtje. Het ontbijt is heerlijk vinden ze, maar niet meer dan één keer per jaar; Jean is het daar hélémáál mee eens. Het krantje uit de supermarkt ligt vergeten in het huisje van Jean, tot een regenbui de werkzaamheden aan de tuin stopt. Hij gaat zijn huisje in om te schuilen. Uit balorigheid begint hij het krantje te lezen.  Op pagina twee staat een foto van een totaal vernielde auto. Daarboven kopt de sensationele tekst: “Fataal ongeluk, geen overlevenden.”
Het nummerbord hangt scheef, maar het kenteken is duidelijk te zien.
Het is de auto van zijn vader. Goh, heeft hij die auto nog, is het eerste wat Jean denkt. De klap komt een paar seconde daarna. Kreunend van ellende, zakt hij op zijn knieën op de vloer. Een allesoverheersende woede neemt de controle over zijn denken en doen over. Vloekend stormt hij het grasveld op.
“Kunnen jullie godverdomme wel, heb ik daarvoor alles gedaan, heb ik daarvoor jullie schepping met respect behandeld. Waar blijft het respect voor mij,” schreeuwt hij wanhopig richting de hemel.
Corinne en Charles komen geschrokken naar hem toe rennen.
Ze hebben geen idee wat hij roept of wat er aan de hand is, ze weten wel dat het héél erg moet zijn. Zo hebben ze hun positieve en rustige Jean nog niet gezien. Het duurt minstens een half uur voor Jean in staat is om te wijzen op de krant en te zeggen dat het zijn familie is. Corinne rent naar het kasteel om de medicijnen van Charles te halen, want die is van de schrik, flauwgevallen. Het krantje heeft Corinne meegenomen en in het kasteel gelegd. Dagen is Jean vrijwel onaanspreekbaar. Corinne en Charles laten hem met rust, maar laten wel merken dat ze altijd klaar voor hem staan.

Charles bergt het krantje zorgvuldig op. Een kennis van hem heeft geïnformeerd wie de eigenaar van de auto is. Er is altijd een kans dat die door de ouders van Jean verkocht is. Het is helaas de auto van zijn ouders en die zijn inderdaad verongelukt. Maanden later begint Jean het ongeluk heel anders te zien. Die dingen gebeuren nu eenmaal, het maakt niet uit wat je denkt, doet of gelooft. Af en toe betrapt hij zichzelf op de geruststellende gedachte dat hij nu niet meer naar Nederland hoeft terug te gaan. Dit is zijn leven, de rest is weggevaagd. De spijt die hij krijgt over deze gedachte verdwijnt in de loop van die dag weer.

Het verlangen naar een Nederlandse connectie verdwijnt niet helemaal. Het brengt hem op een idee. Hij kan het vervallen huis waar vroeger de jachtopziener woonde, ombouwen tot een vakantiehuis. Dat kunnen ze dat aan Nederlanders verhuren. Tijdens het eten oppert hij zijn idee aan Corinne en Charles. Ze beloven hem hierover na te denken. In bed bespreken ze het idee van Jean. Charles bekijkt het vanuit zijn grote plan ooghoek. Hij is er voorstander van. Corinne voelt de behoefte van Jean aan Nederlands gezelschap en is ook voor. Charles doet Jean een voorstel: “Jij doet alle werk zoals het verbouwen en verhuren, wij betalen alles en we delen samen de huuropbrengsten.”

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *