De Ommekeer deel 26

De Ommekeer deel 26

Brian loopt nog steeds rond met plannen om op de Debby manier, zoals Joke het noemt, seminars te gaan geven aan kader en personeel van bedrijven. Op dit gebied heeft hij veel ervaring opgedaan, bij het bedrijf van de broers. Brian en Rik hebben een beloningsysteem voor het bedrijf ingevoerd. Wanneer iemand iets bijzonders doet, tijdens een grote drukte bijvoorbeeld, krijgt hij een beloning. Dit verhoogt de productiviteit en de stemming op het werk, want iedereen komt af en toe in aanmerking voor de beloning, daar zorgen ze wel voor. Na de training van Debby is dit systeem geperfectioneerd. Ze stimuleren het direct melden als je een fout maakt. Dan doen ze alles om de fout zo snel en voordelig mogelijk te herstellen. Gebeurt het vaker, dan onderzoeken ze waarom hij is gemaakt. Soms is de werkmethode aangepast of krijgt de medewerker een bijscholing van de broers. Een héél enkele keer is er iemand overgeplaatst naar ander werk. De sfeer op kantoor is altijd prima, in geval van nood, ook buiten werktijd, krijgen ze altijd hulp van het personeel en andersom.

Bij het opleidingsinstituut waar Brian werkte , probeerde hij ook om een positieve instelling in zijn opleiding te propageren, want leidinggeven op een negatieve manier werkt altijd contraproductief. Buiten het verbergen van fouten, werd er nooit méér gedaan dan strikt noodzakelijk is om de baas net niet kwaad te laten worden. Moet er iets extra’s gedaan worden, dan heeft iedereen het vreselijk druk thuis. Met dreigen van sancties, dwingt men mensen toch te komen, waardoor de motivatie nog minder wordt. Het leidt bij grotere bedrijven ook tot sabotage en stelen. De respons die hij vaak krijgt is: ”Dát, moet je tegen mijn baas zeggen.”
Het eerste wat dus moet gebeuren is de directie de training geven. Doe je dat niet dan kan je praten en lesgeven wat je wilt, maar dan werkt het niet.

Debby heeft hierover óók een idee, maar voor ze dat op tafel gooit wil ze eerst met Bram overleggen.
“Bram, luister.”
“Ik luister, maar ik hoor alleen een geit mekkeren. De vraag is nu, ben jij een geit?”
Debby negeert met een glimlach de opmerking.
“Brian wil op de mindcontrol manier seminars voor bedrijven gaan organiseren. Lijkt het jou een idee om het mind gedeelte hier op de boerderij te doen?”
“Nee. Ik ben gek op mijn broer, maar ik moet hem niet elke dag om me heen hebben.”
“Je broer komt hier niet, alleen zijn klanten voor de alfa training. De rest van de cursus kunnen ze bij hem in de buurt doen.”
“Dat klinkt al veel beter,” klinkt het aarzelend, want hij ziet aan het gezicht van Debby dat ze nog niet alles verteld heeft.
“Dan heb ik nog een idee.”
“Je bent niet te stuiten vandaag. Kom op, vertel.”
“Waarom beginnen wij zelf niet iets? We kunnen mensen helpen met hun problemen. We laten arme mensen niets of een beetje betalen en mensen met geld veel. We kunnen, met de cursus van je broer, een basisinkomen creëren waardoor we niet meer elke dag naar Amsterdam hoeven.”
“Dát is een geweldig idee. De boekhouding doen voor die smerige oplichters ben ik al een tijdje zat.”
“Je kunt ook, een klein administratiekantoor voor jezelf beginnen, voor de mensen hier in de omgeving.”
“Debby, je bent een genie.”
“Dát mag je wel zeggen, ja.”
Debby ziet een kans voor een practical joke.
“We nodigen je broers en de meiden, zondagmiddag uit om ze die plannen uit te leggen. We doen héél geheimzinnig en zeggen dat ze niets tegen iemand mogen zeggen, dan zal je zien dat Puk haar klep niet kan houden. Die gaat zeggen dat we gaan trouwen of dat ik in verwachting ben.”
“Mijn god, wat ben jij zálig gemeen.”
“Ja, erg hé.”

Puk kan inderdaad haar mond niet houden. Binnen één dag zijn er, onder grote hilariteit, weddenschappen afgesloten door het personeel op, gaan trouwen of in verwachting zijn. Debby doet net of ze niets merkt. Ze bespreken elke avond hun uitdijende plannen. Het begint met een ruimte voor de trainingen. Deze is ingericht als een normale huiskamer met een aantal makkelijke stoelen of ligbedden. De mensen moeten het gevoel hebben dat ze dit thuis zelf kunnen doen, zonder de hulp van Debby of Bram. Ze gaan de mensen volledige geestelijke onafhankelijkheid aanbieden.

Zowel Debby als Bram zijn grote muziekliefhebbers. De volgende stap is om een muziekruimte te creëren met een groot scherm en een goede geluidsinstallatie waar concerten op geprojecteerd kunnen worden. Een aantal statafels en zitjes en een klein podium voor huiskamerconcerten, maken het compleet. Het laatste idee is een zwembad en fitnessruimte.

Debby en Bram verheugen zich op de reactie van Puk bij de onthulling van hun plannen. Bram heeft een flipover geregeld, die in de kamer staat opgesteld. Ze staan nog onder de douche wanneer ze de claxon van Rik horen.
“Die is écht nieuwsgierig, anders is ze op zondag nooit zo vroeg uit bed,” merkt Bram op.
“Des te langer kan ze zweten in onzekerheid, ze denkt natuurlijk dat wij het nu al tegen haar gaan zeggen.”
“Doe jij eens een beetje lief tegen mijn schoonzusje.”
“Boontje komt om zijn eigen deegkoekje.”
“Huh!”
Puk en Rik zitten in het nazomerzonnetje een, gejatte, appel te eten. Tijdens de welkom omhelzing fluistert Rik tegen Debby: “Ze is niet te houden van nieuwsgierigheid.”
“Ze moet wachten tot iedereen hier is.”
“Goed zo. Dat zal haar leren zich te beheersen.”
“Koffie?” informeert Bram.
“Nee, eerst wil ik weten waarvoor we hier komen,” commandeert de volledig opgefokte Puk.
“Dat is gepland voor vier uur en niet eerder.”
“Debby! Wat ben jij een etter, dat doe je erom. Bram, zeg dat ze het zeggen moet.”
“Nee, lief schoonzusje, je moet wachten.”
“Rik, die heks heeft Bram helemaal in haar macht.”
Rita kijkt verstoord op door het harde lachen van de vier. Bij de koffie hoort de legendarische appeltaart, gebakken door de moeder van Bram. Om drie uur zijn Joke en Brian ook aanwezig. Puk beseft dat, wanneer ze laat blijken dat ze ongeduldig is, langer moet wachten. De anderen weten dat ook, waardoor het een soort pantomimevoorstelling is om met kleine gebaren Puk te verleiden toch ongeduldig te worden. Puk negeert hooghartig de hints.
“Zullen we dan maar,” stelt Bram voor.
“Rustig aan,” bluft Puk.
“Daar heb je gelijk in Puk, laten we eerst gaan eten.”
“Als je niet snel opschiet, draai ik je een bal af.”
In de kamer zien ze een schildersezel met een flip-over erop. Verbaasd nemen ze plaats. Op het moment dat iedereen zit, slaat Debby de eerste bladzijde om. Met grote letters staat er: ”Wie gewed heeft op in verwachting zijn, is zijn geld kwijt.”
Het duurde een paar seconden voor de betekenis doordringt.
“Ik heb mij per ongeluk versproken,” moppert Puk, wanneer ze uitgelachen zijn.
Debby slaat de volgende pagina om: “Wie gewed heeft op trouwen, is dat ook kwijt.”
“Wat is het wel, vragen jullie je nu af?”
“Ik moet bekennen dat enige nieuwsgierigheid mij niet vreemd is,” erkent Brian.
“Dat zullen we jullie vertellen in de huiskamer.”
“Dus die hele flip-over toestand is alleen om mij te treiteren,” stelt Puk grimmig vast.
“Het is allemaal haar idee,” roept Bram in een desperate poging de straf van Puk te ontlopen. Ze rent hem achterna het woongedeelte in. Daar ondergaat Bram lijdzaam zijn straf en de kus om het weer goed te maken.

Debby is onderweg om drinken in te schenken als het buurmeisje, in haar blauwe overall, het erf op komt fietsen. Zo ziet haar vader haar het liefste, gewoon een hulpje in werkkleding. Voor de broers is ze een godin in blond en blauw en dat laten ze haar merken ook. Mede door de complimenten van Bram over haar uiterlijk en haar persoon, is ze van een knechtje veranderd in een jonge, zelfbewuste vrouw. Nu komt daar de bewondering van de twee andere mannen bij. De broers zijn in staat om een vrouw zich mooi en begeerlijk te laten voelen, zonder dat ze bang hoeft te zijn dat ze er meteen bovenop springen. Het buurmeisje geniet even van de aandacht, voor ze vertelt waar ze voor komt.
“Rita 54 gaat kalven. Of jullie willen kijken?”
Haar vader heeft haar bevolen om Debby en Bram te halen. Ze wil zeggen dat zij visite hebben. Haar vader onderbreekt haar: “Houd je kop en ga ze halen.”
“Mogen wij mee?” vraagt Joke.
Nu kan ze wraak nemen op haar vader door te zeggen: ”Ja hoor, kom maar mee.”
Haar vader is straks absoluut kwaad, want bij het kalven is rust nodig en niet een grote groep toeschouwers, tenzij het niet goed gaat, dan maakt het niet uit wie er bij zijn. Eigen schuld dikke bult, vindt ze. Bram heeft zijn bedenkingen, want hij weet hoe het er in de stal uitziet. Geen plek om met nette kleren heen te gaan, laat staan met de pumps die Puk daagt. Dat probleem lost Debby op door Puk een paar laarzen te lenen. Bram laat ze beloven dat ze stil moeten zijn en voorál niet in de weg moeten lopen.

Verbaasd ziet de moeder van het buurmeisje ze voorbijkomen op weg naar de stal.
“Pap. Ik had je willen zeggen dat ze visite hadden, maar je liet mij niet uitspreken. Daarom heb ik ze allemaal meegenomen.”
Haar vader heeft geen tijd om boos te worden, want het kalf ligt verkeerd en de koe moet geholpen worden. Bedremmeld staat het groepje toe te kijken, hoe hij met zijn arm in de koe voelt. De dierenarts arriveert om te helpen. Bram vraagt hem of ze weg moeten gaan. Het is een moeilijke bevalling, daarom mogen ze erbij blijven. De vrouw van de boer heeft alles voorbereidt, zoals oude handdoeken en emmers warm water.

Na een, lange, strijd is het kalf er met een touw uitgetrokken. Met een ingetogen kreet van blijdschap zien ze het kalf geboren worden. Bram, die al behoorlijk wat gewend is op het platteland, is toch weer door de rauwe schoonheid hiervan overrompeld. Hij vraagt zich af hoe de anderen zich voelen. Aan de witte gezichten kan hij zien dat ze onder de indruk zijn.
“Jullie mogen hem wel schoonwrijven,” zegt de boer.
Aarzelend lopen ze naar het kalf toe.

Met stro wrijven ze hem schoon. Dit gebaar, geeft ze een gevoel van verbondenheid met de nieuwe bewoner van de polder.
“Het is een stierkalf,  we noemen hem Bram.”
“Nu maar hopen dat hij net zo knap wordt als zijn naamgever,” zegt het buurmeisje. Het is een goede gelegenheid om hem een kus te geven, die hij met plezier ontvangt.
Op televisie ziet de geboorte van een kalf er enigszins romantisch uit hebben de bezoekers ooit gezien, maar dit is de harde werkelijkheid met de geur van mest en vruchtwater. Bram probeert ze mee te nemen. Daar is geen spráke van, het kalfje is veel te vertederend om weg te gaan. Waar ze, gelukkig, geen idee van hebben is dat, wanneer het kalf niet goed genoeg is om mee te fokken, hij binnen een jaar bij de slager ligt. Daar praat gelukkig niemand over. Zelfs bij de botste boer is enig gevoel.

In de boerderij is het tijd voor een borrel op de nieuwgeborene. Zijn moeder kan, in alle rust, de kleine verder wassen. De eerste fles jenever is, samen met een kist bier, snel leeg. De vrouwen houden het op een frisje, zij bieden ‘vrijwillig’ aan om terug te rijden naar Amsterdam. Ze mogen, wanneer ze bij Bram zijn, altijd even komen kijken naar het kalf, belooft de boer. Met deze woorden nemen ze afscheid.

Nog steeds onder de indruk van de geboorte, gaan ze naar het huis van Bram. Hier bespreken de plannen van Debby en Bram. De broers en hun vrouwen vinden het een goed idee. Puk vindt vooral het zwembad een geweldig idee. Ze spreken af om regelmatig met elkaar hier overleg over te plegen. De plannen van Brian, voor zijn bedrijfstrainingen zijn voorlopig nog niet definitief.

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *