De Ommekeer deel 29

De Ommekeer deel 29

Debby heeft gewacht om de brief van haar opa aan Bram te laten lezen, ze vindt dat hij eerst zijn eigen verleden moet verwerken. Nu is het tijd geworden.
“Bram, ik heb ooit een brief gekregen van mijn opa, waarin staat wat er met mijn ouders is gebeurd. Als je wilt mag je hem lezen.”
“Dat wil ik wel.”

In absolute stilte leest hij de brief.  Debby wacht gespannen af wat hij daarvan vindt. Tijdens het lezen dringt het tot hem door dat wat hij leest, niet gebeurd kan zijn. Tot een crime passionele is iedereen in staat. Een weloverwogen moord of in dit geval een daad van gerechtigheid, hoe groot die gerechtigheid ook is, kan een ‘normaal’ mens niet plegen. Hij heeft de brief al uit, toch blijft hij hiernaar kijken. Hij moet beslissen of hij wel of niet aan Debby gaat vertellen wat hij denkt. Hij besluit te zwijgen, zodat hij tijd heeft om hier langer over na te denken.
“Je mag trots zijn op je oma en opa, het waren dappere mensen.”
“Ik ben blij dat jij dat ook vindt.”
“Jij dacht toch niet dat ik ze zou veroordelen?”
“Nee, maar met jou weet je het nooit.”
“Daar heb je gelijk in. Mag ik de brief een tijdje houden, want ik wil hem later nog een keer lezen.”
“Maak er maar een kopie van.”

Ze vrijen kort en heftig die avond. Debby valt direct daarna in slaap. Bram niet, hij denkt aan de onmogelijkheden in de brief. Zodoende komt hij op de gedachte, wat in die brief staat klopt niet. Morgen ga ik beginnen met een onderzoek naar wat er echt gebeurd kan zijn.

Bram begint tijdens zijn werk, op Internet, te zoeken naar informatie over de moord. Het is inderdaad een drugs misdaad. Dat betekent niets voor hem, want die informatie kan haar opa ook uit de krant hebben gehaald. Over haar vader kan hij alleen vinden dat hij verdwenen is, de zelfmoordbrief heeft de moordenaar zorgvuldig buiten het nieuws gehouden. Bram begint alles te overdenken. Haar moeder is aan de drugs en speelt voor hoer. Haar vader kan gaan scheiden. Niets aan de hand dus. De aanwezigheid van Debby maakt het gecompliceerd omdat zij verkocht gaat worden aan een pedofiel. Zij is dus de sleutel van alles, alleen op welke manier. In een flits heeft hij de oplossing, wie is de degene aan wie Debby verkocht wordt? Wanneer ik dat weet, dan is het misschien mogelijk uit te vinden wat er werkelijk heeft plaatsgevonden. Het gedeelte uit de brief waarin staat dat de vader van Debby vader begraven is op zijn geliefde begraafplaats, gelooft Bram ook niet. Dat kan haar opa verzonnen hebben omdat de waarheid veel te gruwelijk is of hij weet niet wat zijn zoon overkomen is. Het verhaal over zijn dood is geromantiseerd om Debby, zo mogelijk, gerust te stellen. Nu hij alles heeft opgezocht wat hij met zijn beperkte middelen kan vinden, besluit hij Wouter, een misdaadverslaggever voor wie hij al jaren de boekhouding doet, te raadplegen. De ‘creatieve’ onkosten van Wouter vragen soms om ‘creatief’ boekhouden. Tijd voor hem om iets terug te doen en misschien een schitterende scoop te krijgen.
“Wouter heb jij tijd om even bij mij op kantoor langs te komen?”
“Tijd zat, ik heb op dit ogenblik niets om handen.”
“Dan breken er nu gouden tijden voor je aan.”
“Ik kom er aan.”

Bram laat Wouter eerst plechtig beloven dat hij niets doet of publiceert zonder eerst met Bram te overleggen, want Debby mag er niets van weten.
“Ze moet wel érg bijzonder zijn dat je al die moeite doet.”
“Dat is ze ook”
Bram geeft hem een kopie van opa’s brief.
“Je mag hem lezen, maar niet houden.”
Na het lezen kijkt Wouter Bram aan.
“Ik mag aannemen dat je niet gelooft wat er in die brief staat?”
“Dat mag je ja. Wat mij intrigeert is, wie zou Debby kopen?”
“Daar zit ik ook al aan te denken. Als jij nou naar dat kerkhof gaat om uit te zoeken of haar vader daar zou kunnen liggen, dan begin ik met mijn netwerk te raadplegen wie er allemaal in aanmerking komt.”
“Afgesproken Wouter, ik zie je hier maandag op kantoor.”

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *