De Ommekeer deel 31

De Ommekeer deel 31

Een maand geleden hebben Bram en Wouter voor de eerste keer, met elkaar gesproken over de inhoud van de brief. Wouter en Bram hebben ieder een stukje onderzoek gedaan. Ze zijn op de zaak bij Bram samen gekomen, om de resultaten hiervan te bespreken. Wouter heeft in zijn netwerk gezocht naar iemand die Debby gekocht zou kunnen hebben. Hij kan niemand vinden die met haar moeder of haar vermoorde vriend iets te maken heeft gehad. Bram, vertelt dat iemand de commissaris die avond uit de portiek heeft zien komen. Wie, houdt hij voor zich.

Nu heeft Wouter een naam om gericht te zoeken. Hij begint de commissaris, via Internet en bij de redactie van een krant waar hij vaak voor werkt, te onderzoeken. Het blijkt dat hij, op een manier die niet bij zijn functie past, bij verschillende misdaden zijdelings betrokken is, zoals het verdwijnen van jonge kinderen. Deze informatie is zó vaag dat een normaal mens daar niets achter zoekt, maar Wouter is op dit gebied geen normaal mens, dit is zijn jachtterrein. Wat ze op het spoor zijn is vreselijk en groot beseft hij.

Een tegenstander van het formaat als de commissaris, met al zijn vertakkingen en vrienden in de wereld van politie, justitie en onderwereld is levensgevaarlijk. Wouter besluit om Bram alleen voor informatie te gebruiken. Voor zichzelf is hij gewend dit soort risico’s te nemen en de gevolgen te dragen. Bij hun volgende ontmoeting instrueert hij Bram over deze risico’s en hoe ze te werk zullen gaan.
“Bram, dit is levensgevaarlijk.  Jij blijft erbuiten, alleen als ik iets wil weten zal ik je hulp inroepen. Is het zover, doe dan exact wat ik zeg, hoe idioot en ongerijmd dat ook lijkt. Kan ik vrijuit praten, dan zal ik je altijd ‘mijn Brammetje’ noemen. Kan ik dat niet, dan zeg ik Bram. Jij weet dan dat ik in de problemen zit en alles wat ik dan zeg of moet zeggen, klopt niet. Straks ga ik op een valse naam, een prepaid telefoon kopen. Dat nummer krijg je van mij, maar gebruik het alleen wanneer je écht niet anders kan. Het liefste wil ik dat je naar het buitenland  vertrekt, maar dat kan waarschijnlijk niet.”

Bram krijgt bijna een lachbui om de manier waarop Wouter dit allemaal in volle ernst vertelt. Voor Wouter is dit normaal, maar Bram krijgt het gevoel dat hij in een misdaadcomedy is terechtgekomen. Hij zoekt naar tekenen op het gezicht en in de ogen van Wouter of die hem niet in de maling neemt. Hij kan niets vinden en beseft dat het dodelijke ernst is.
“Ik zal in de zomer op vakantie gaan, dan kan je in die tijd gerust zijn, grappenmaker.”
“Héél goed idee. De kans dat we hem kunnen pakken voor die tijd is erg klein. Zoiets vergt maanden van voorbereiding.”

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *