De Ommekeer deel 32

De Ommekeer deel 32

Met trillende handen van woede stapt Peter in zijn auto om zo snel mogelijk naar huis te rijden, waar hij in zijn virtuele wereld woont. Bram is een bedreiging voor die wereld. In paniek probeert hij de consequenties te overzien. Bram kan met Bettie naar de politie gaan. Met de gedachte, ik ontken alles, het is haar woord tegen het mijne, stelt hij zich op dit punt gerust. Hij kan ook naar haar ouders gaan. Daar past dezelfde redenering bij. Het is haar eigen schuld. Als ze nou maar doet wat ik zeg, dan hoef ik niet kwaad te worden, is zijn standpunt. Door de adrenaline en angst kan hij nauwelijks lopen. Thuis is hij veilig, hoopt hij. Daar is hij inderdaad veilig, maar niet voor zijn gedachten. Zijn verleden spoelt in donkere golven over hem heen. Hij denkt aan zijn vader en de mishandelingen die hij en zijn moeder moesten ondergaan.

Hij is ook boos op zijn moeder, omdat zij hem niet heeft beschermd tegen de tiran. Zijn virtuele wereldje stort samen met hem in elkaar. Net als bij Bettie dringt het tot hem door in welke positie hij is terechtgekomen. Hij is doodsbang voor Bram, want die kan naar hem toe komen om hem te confronteren met zijn gedrag. Hij gaat hij achter de bank op de grond zitten. Huilend van de pijn door de herinneringen mompelt hij urenlang: ”Ik zal braaf zijn pappa, sla mij niet meer.”
Zo begint zijn drie weken durende vakantie.
Hij heeft zich voorgenomen om in die vakantie, Bettie voor altijd te leren zich te gedragen, dan hoeft hij niet meer kwaad te worden. Af en toe zakt hij even weg in een onrustige slaap, tot de volgende morgen de telefoon gaat. De telefoon blijft gaan. Door de gedachte dat het Bettie kan zijn die weer terug wil komen, durft hij de telefoon op te pakken.
“Hallo Peter,” klinkt een zéér vriendelijk stem, “ik wil even met je praten over het misverstand van gistermiddag.”
Onmiddellijk weet hij wie het is. De toon van Bram verrast hem volkomen.
“Dat kan.”
“Je vrouw was gisteren erg in de war en moe. Ze durft niet met de brommer naar huis te gaan. Ze ligt hier in bed bij te komen. Ze vraagt of je haar straks wil ophalen, want ze is nu nog te moe om uit bed te komen. Zullen we afspreken om elf uur?”
Totaal overbluft door deze wending antwoordt Peter: ”Natuurlijk kan dat.”
“Dan zien we je straks.”
“Da, da, dank je,” stottert Peter van de zenuwen.

Bettie kijkt Bram totaal verwilderd aan. Hij heeft haar gewaarschuwd, dat het gesprek niet loopt zoals zij verwacht, maar dit had ze nooit kunnen bedenken. Debby heeft haar tijdens het gesprek vastgehouden en in haar oor gefluisterd: ”Raak niet in paniek, we weten wat we doen.”
Deze tactiek hebben Debby en Bram de vorige avond in bed besproken. Met kwaad worden zal Peter steeds verder in zijn eigen wereldje kruipen. Hierdoor is hij gevaarlijk en onbereikbaar voor hulp.

Om elke kans op een confrontatie tussen Bettie en Peter te vermijden, krijgt ze instructies van Bram.
“Wanneer Peter komt, ga jij naar boven. Denk erom dat, wat er ook gebeurt, jij daar áb-só-lúút moet blijven tot wij je roepen.”
Ze laten het haar plechtig beloven, om het goed in haar hersens te laten doordringen.

Peter komt onzeker binnen, bedacht op een valstrik, wat het ook in zekere zin is.
“Peter, ga zitten. Wil je koffie?”
“Waar is Bettie?”
“Die zit in bad, ze is net uit bed.”
Debby en Bram zien de teleurstelling op zijn gezicht. Hij is het liefste direct met Bettie weggegaan.
“Wat voor werk doe je?”
“Ik ben uitvoerder bij een bouwbedrijf.”
De tussendeur naar de schuur en de deur naar de bovenverdieping heeft Bram op slot gedaan. De enige uitweg voor Peter is de voordeur, waardoor hij ook naar binnen is gekomen. Tussen hem en die deur zit Bram en die zit daar niet toevallig. Bram vraagt door over Peters werk en Debby schenkt koffie in. Deze rolverdeling verloopt zonder afspraken, alles gebeurt op gevoel en intuïtie. Peter krijgt zijn zelfvertrouwen terug, waardoor de angst voor de valstrik verdwijnt. Dit is het moment waarop Bram gewacht heeft.
“Waarom mishandel jij je vrouw, Peter?”
De vraag is zo terloops gesteld dat hij bijna antwoordt: ”Omdat ze nooit luistert.”
Dus toch een valstrik, denkt hij.
Wanhopig probeert Peter een uitweg te zoeken, doodsbang dat Bram geweld zal gebruiken of de politie belt. Dat gebeurt niet, Debby en Bram blijven rustig zitten. Debby heeft op dit moment gewacht om vriendelijk te vragen: “Nog een kopje koffie, Peter?”
“Ik weet niet waarom ik het doe, o god, ik weet het écht niet.”
“Hoe zou je het vinden als wij je proberen te helpen om weer de oude Peter te worden?”
“Hoe kunnen jullie mij nou in godsnaam helpen?”
“Daar moeten we over praten. Ik ben vrijwel zeker dat jij ook bent mishandeld.”
“Inderdaad, door mijn vader.”
Het is voor Peter een opluchting dat deze twee mensen zo over dit onderwerp spreken. Op zijn werk praat hij mee wanneer het onderwerp, meestal naar aanleiding van een krantenartikel, ter sprake komt. Ze moeten die vent zijn handen afhakken, is een van de opmerkingen die zijn collega’s dan maken over iemand die zijn vrouw mishandelt.
Agressie en hoop zijn de emoties waar Peter mee worstelt. Aan agressie heeft hij hier niets, dus concentreert hij zich op de hoop.
“Daarom doe jij het óók, je weet niet beter.”
“Ik wil het helemaal niet, ik houdt erg veel van Bettie.”
Debby neemt het gesprek met Peter over.
“Zou je aan een experiment mee willen doen?”
“Wat voor experiment.”
“Wij denken dat we jou kunnen helpen door je verleden gecontroleerd te verwerken. Wanneer dat klaar is, ben je weer jezelf, denken we.”
Peter kijkt Debby ongelovig aan.
“Bestaat zoiets écht?”
“Dat kunnen we samen uitzoeken.”
“Ik heb niets te verliezen, dus ik doe mee.”
“Kom maar mee, dan beginnen we meteen.”
Debby neemt hem mee naar de behandelkamer. Bram gaat naar Bettie toe en vertelt hoe de ontmoeting is gegaan. Verbaasd en hoopvol kijkt ze hem aan. Hij belooft dat zij de behandeling ook krijgt. Bettie blijft in de slaapkamer tot Peter weg is, spreken ze af. Bram gaat naar beneden om op Debby en Peter te wachten.

Voor Peter is het een wonder om even vrij te zijn van zijn kwellende verleden, dat zijn hele leven domineert. Samen met Debby loopt hij na de behandeling de kamer binnen om over de toekomst te praten. Over het feit dat hij zijn kwellende gedachten uit zijn hoofd kan zetten is Peter erg enthousiast. Hij blijft maar herhalen dat het een wonder is. Op zijn vraag: “Kan ik dat thuis ook doen?” antwoordt Debby, bevestigend.
“Dan ga ik de hele dag oefenen.”
Debby en Bram lachen om zijn fanatieke houding. Ze merken dat Peter een plezierige man is met humor. Het maakt ze nog meer vastberaden om die twee te helpen. Ze spreken af om de volgende zaterdag weer bij elkaar te komen, voor de verdere behandeling. Bettie gaat mee naar Amsterdam om te helpen, op kantoor bij Debby.

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *