De Ommekeer deel 40

De Ommekeer deel 40

Op aanwijzingen van Wouter, heeft Dennis een observatiepost ingericht, in een lege kamer op de eerste verdieping van het bedrijf, tegenover het pand van de commissaris. Hij heeft de eigenaar van het pand vertelt dat het om drugs gaat. De eigenaar verteld zijn personeel dat hij de ruimte aan een bevriende kunstenaar heeft verhuurd, om daar ongestoord te werken.

Na twee maanden observeren is er nog niets bijzonders gebeurd. De commissaris komt een paar keer per week langs om na een paar uur weer te vertrekken. De infraroodcamera ziet steeds één persoon in de auto. De man die Wouter gezien heeft, komt niet meer tevoorschijn. Dennis begin te twijfelen aan het idee dat hier iets gedaan wordt wat verboden is, tot op een avond een busje met geblindeerde ramen verschijnt. De commissaris is al aanwezig op het moment dat de auto arriveert. De, opnemende, infraroodcamera geeft aan dat er vier personen in de auto zitten.

Na een paar uur vertrekt het busje met twee personen erin. In de loods zijn alleen de commissaris en zijn auto te zien. De camera registreert geen personen in de loods.
“De twee anderen zitten achter het schot,” zegt hij tegen zijn assistent.
“Dat is vreemd Dennis. Tenzij ze daar niet vrijwillig zitten.”
“Laten we de opnamen even terug kijken. Er klopt iets niet, maar ik weet niet wat.”
Ze kijken samen tot Dennis roept: “Ze zijn kleiner. Mijn god, ze hebben kinderen uit Polen gehaald.”
De assistent kijkt naar Dennis, hij ziet de afschuw en verbetenheid over deze misdaad. Dennis staat nu voor een moeilijk dilemma. Hij kan nu ingrijpen om de kinderen te bevrijden vóór er iets met ze gaat gebeuren. Hij moet dan hopen dat er voldoende bewijsmateriaal in de loods aanwezig is. Is dat niet het geval, dan weet de commissaris, helaas, dat Dennis er is. Zolang er niets met de kinderen gebeurd is, kan de commissaris ontkennen dat ze dat van plan zijn. De commissaris en iedereen die bij zijn misdaden betrokken zijn gaan dan vrijuit. Hij neemt de moeilijkste beslissing uit zijn leven, afwachten.

De dagen erna komen er twee andere auto’s naar de loods van de commissaris. Ze blijken op naam te staan van een kleine crimineel die als katvanger moet dienen. Van iedere bezoeker nemen ze foto’s als bewijsmateriaal om ze later te kunnen vervolgen. Tot verbijstering van Dennis is er ook een rechter bij. Nog is er een beetje twijfel bij Dennis, tot er bezoek komt van een al eerder veroordeelde pedofiel. Nu weet hij het zeker. Dennis schakelt de officier van justitie van het landelijk parket in. Ze ontwerpen een plan om de Polen en de commissaris tegelijk te arresteren. De officier van justitie neemt contact op met Interpol vanwege de Poolse connectie. Ze spreken af om in te grijpen wanneer de kinderen uit de loods worden weggehaald, zodat ze die niet als gijzelaars gebruiken kunnen.

Omdat ze geen idee hebben hoe lang dat gaat duren, is er direct een landelijk politiecommando gevormd dat vierentwintig uur per dag klaar moet staan. Ze vertellen de agenten dat het om levensgevaarlijke terroristen gaat, om de kans op verraad uit te sluiten. Ze zijn in groepen verdeeld die om de beurt actieve dienst hebben. Ze moeten altijd in bedrijfskleding opereren om geen argwaan te veroorzaken. Binnen twee minuten kunnen ze op hun aangegeven plek zijn. De arrestatie vindt plaats volgens een uitgewerkt plan. De commandant van het team, een vriend van Dennis, is de enige die op de hoogte is van wat er echt gaat gebeuren. Met behulp van een getekende plattegrond zijn de posities die ze moeten innemen uit het hoofd geleerd. Uit de plattegrond is niet af te leiden waar ze moeten zijn. Elke sectieleider krijgt bij aanvang van de actie een beknopte brief met instructies.

Na een week verschijnt de Poolse auto. De commandant van het arrestatieteam krijgt een seintje. Twee auto’s met het logo van een energiebedrijf rijden rustig naar de uitvalsweg bij de loodsen. Uit elke auto stapt een man in bedrijfsuniform uit, die een gat begint te graven naast de weg. Hierboven zetten ze een tentje op. Twee andere auto’s nemen, buiten beeld, een positie in waardoor de agenten het gebouw van de commissaris zeer snel kunnen omsingelen. De deur van de loods gaat open. De Poolse auto komt naar buiten. De camera laat vier personen zien.
“Nu,” roept Dennis door de politieradio.
Met getrokken pistolen stormen de agenten uit de twee auto’s van het energiebedrijf. Uit de tentjes trekken twee agenten een opvouwbare, rek met haaientanden over de weg. De vier banden van de Poolse auto ontploffen, terwijl een van de politieauto’s dwars voor hem gaat staan. De actie is zo snel en onverwacht uitgevoerd, dat de mensen in de auto met het Poolse kenteken totaal overrompeld zijn. Aan iedere kant van de auto staan agenten met getrokken pistolen. De tolk vertelt ze wat ze moeten doen om levend uit de auto te komen.
Een andere politieauto komt aanstormen waar agenten uit springen die een balk onder de loods deur zetten zodat die niet dicht kan. Voor de commissaris beseft wat er gebeurt, is Dennis al bij hem om hem persoonlijk de handboeien aan te doen. Honderden keren heeft hij in gedachten geoefend hoe hij zich moet gedragen bij zijn arrestatie. Je beheerst je, heeft hij honderden keren tegen zichzelf gezegd.
“Dit is de slechtste dag van jouw leven en de beste dag van mijn leven,” kan Dennis met moeite uitbrengen, zijn gezicht vertrokken van woede.
De commissaris kan niets anders doen dan de inspecteur verbijsterd aankijken en roepen: “Wat doe jij hier?”
“Dat zal ik je straks met veel genoegen vertellen.”

De politiecommandant heeft het elektriciteitsbedrijf een order gegeven om bij de start van de actie stroom uit te schakelden. Zo kan, iemand in het afgesloten gedeelte is, niet snel de computerfiles deleten. Deze maatregel is misschien overbodig, maar Dennis neemt geen enkel risico, want hij heeft geen idee hoe snel hij de achterwand open kan krijgen. Een van de politieauto’s rijdt voor de deur van de loods en schijnt met zijn koplampen naar binnen. Dennis brengt de commissaris naar de politieloods, voor het eerste verhoor. Naar het politiebureau vindt hij niet verantwoord, omdat daar niemand enig idee heeft wat er zich afspeelt om de commissaris heen.

Ze breken de achtermuur open, waar niemand aanwezig is. Dennis ziet een complete studio en twee cellen. De wanden zijn, net als de cellen, geluid en straling dicht. Hij voelt zich ziek worden door de afschuwelijke atmosfeer die in de ruimte hangt. Hij rent naar de observatiepost waar hij moet overgeven. Een cordon agenten bewaakt nu de loods, waar de inmiddels gewaarschuwde, landelijke, forensische dienst begint aan hun onderzoek.

Een vrouwelijke tolk verteld de bange kinderen wat er gebeurd is en dat ze nu veilig zijn. Ze gaan eerst naar het ziekenhuis voor onderzoek. Daarna zijn ze ondergebracht bij een zuster van Wouter die ze drie maanden later adopteert. De directeur van het kindertehuis in Polen is vervolgd voor het verduisteren van overheidsgeld. De broers en het personeel zijn sponsor van het tehuis. Elke maand gaan er om beurten mensen van het bedrijf of een van de broers heen, om de kinderen daadwerkelijk te helpen.

Dennis belt Wouter om hem te vertellen wat er gebeurd is en om hem te bedanken. Ze kunnen nu eindelijk vrijuit met elkaar omgaan om meer dan een reden. Wouter belt naar Bram die op vakantie in Frankrijk is. Dat zijn telefoontje een tsunami aan emoties oproept hoort hij later.

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *