De Ommekeer deel 41

De Ommekeer deel 41

Tot de verjaardag van Jean doen Debby en Bram weinig anders dan luieren. Bram hoopt dat Debby zich niet herinnert dat haar vader die dag ook jarig is. Om even voor vijf uur gaan ze naar het huisje van Jean toe. Ze zijn uitgenodigd voor het aperitief en het eten.
Het is benauwd warm.
“We krijgen onweer,” stelt Bram vast.
“Als we maar droog overkomen, dan vind ik het oké.”
“Grapjas.”

Bram voelt of hij zijn mobiele telefoon bij zich heeft. Tijdens de hele vakantie is dat al zo, tot verbazing van Debby. Zijn smoesje is dat een van zijn broers kan bellen over een zakelijke transactie. Met Wouter heeft hij afgesproken dat hij, wanneer er nieuws is, altijd kan bellen.
Gelukkig heeft Debby niets gezegd over de verjaardag van haar vader. Bram probeert uit te rekenen hoe groot de kans is dat Jean van dezelfde muziek houdt als haar vader, op Debby lijkt, dat ze elkaar zo goed aanvoelen en op dezelfde dag jarig is als de vader van Debby. Oneindig klein is de uitkomst en toch is het zo, want zijn naam is anders en het portret van de vrouw op de miniatuur is zeker niet de moeder van Debby. Corinne en Charles zijn al aanwezig.
“We komen dus te laat voor de kaas, zie ik.”
“Nee hoor Debby, we hebben een héél klein stukje voor jullie bewaard”.
De toon voor de avond is gezet.  Frankrijk en Nederland worden vergeleken en waar nodig belachelijk gemaakt.

De benauwdheid is steeds erger. Jean kijkt naar de lucht.
“We zetten de barbecue in de schuur, want het gaat zo donderen.”
Het miniatuurschilderij blijft de aandacht van Debby en Bram trekken. Jean besluit na een minipianoconcert te vertellen wie de vrouw is, want hij heeft de belangstelling van Debby en Bram gezien.

Jean heeft zijn pianoconcert gegeven. Tijdens het applaus gaat de telefoon van Bram over. Hij kijkt op de display en ziet dat het Wouter is.
“Sorry, ik móet antwoorden.”
Iedereen is direct stil, alsof ze aanvoelen dat er belangrijk nieuws is.
“Met Brammetje.”
Debby kijkt hem verbaasd aan, die verbastering heeft ze nog nooit gehoord. Bram luistert ingespannen, zijn gezicht verraad nog geen emotie tot Wouter vertelt over de arrestatie. Een grijns verschijnt op zijn gezicht en met een vuist in de lucht roept hij: “Yes, yes, we hebben het varken.”
Niemand weet waar het gesprek over gaat, Corinne en Charles al helemaal niet. Ze voelen wel aan dat het goed en héél belangrijk nieuws is.

Bram heeft de verbinding met Wouter verbroken en kijkt naar de verbaasde gezichten om hem heen.“
Het is een lang verhaal, dat ik in het Frans zal proberen te vertellen.”
Jean, jij kunt als je dat wilt, af en toe helpen.”
“Dat zal ik doen.”
“De opa van Debby heeft, via een notaris, een aantal jaren geleden een brief naar Debby gestuurd. Het begint op het moment dat de moeder van Debby een man tegenkomt in een supermarkt. Die man is bekend met het pedofielencircuit dat vanavond is opgerold. Hij papt aan met de moeder van Debby en laat haar kennismaken met drugs, om haar daarna als hoer te gebruiken.
Jean kijkt Bram met een verwarde blik aan. Dit verhaal ken ik, denkt hij. Voor hij iets vraagt of zegt, wacht hij nog even op het vervolg van het verhaal.

“Hij kwam erachter dat de vrouw een dochter heeft die hij voor veel geld aan een pedoseksueel kon verkopen. In de brief staat dat de pooier tegen haar vader had gezegd om van de voogdij af te zien. De vader van Debby is daar uiteraard fel op tegen, want hij vermoedt wat er dan gaat gebeuren. De makkelijkste manier om toch toegang te krijgen tot Debby is de vader te laten verdwijnen, wat ook in de brief staat. Ze hebben de vader van Debby begraven, op een buiten gebruik zijnde begraafplaats, waar hij vroeger vaak kwam. De oma en opa van Debby, waar ze op dat moment woont, proberen de voogdij te krijgen, wat niet lukt. De opa van Debby heeft nu geen keus meer en besluit de moeder en haar pooier te vermoorden. Dat verhaal vond ik niet geloofwaardig, ook het begraven van haar vader op die begraafplaats niet. Omdat ik geen idee heb wat er echt met de vader van mijn lieve Debby is gebeurd, ben ik stiekem gaan informeren.”
Nu is niet alleen Jean in de war, maar Debby ook. Omdat ze weten dat het verhaal nog niet af is, zwijgen ze.
“Op die begraafplaats ontmoet ik de beheerster van het oude kerkhof, de vrouw die Debby het boek over mindcontrol heeft gegeven. Zij vertelt dat het onmogelijk is om iemand te begraven zonder dat zij dat merkt.”

Jean heeft het gevoel krankzinnig te worden. Die begraafplaats moet bijna zeker ‘de Vraeg’ zijn. Hij durft nog stééds hij niets te zeggen of te vragen. Als hij het mis heeft, zal dat voor Debby een vreselijke klap zijn.
“De vrouw van het kerkhof zegt tegen mij: ’pas op waar je aan begint, want de mensen die jij zoekt zijn heel machtig en gevaarlijk. Informeer eens naar hoofdcommissaris Ter Apel, ik heb hem  uit het moordhuis zien komen, die avond”
“Dat klopt, ik was in het huis toen hij ze vermoordde.”
Debby kijkt verwilderd van Bram naar Jean. De volle betekenis van wat hij zegt, wil niet tot haar doordringen. Bram ziet het en vraagt aan Jean: ”Wat is je échte naam?”
“Theo Timmer.”
“Waar woonde je?”
“Aan het Aalsmeerplein, vlak bij die begraafplaats. Mijn ouders, woonden daar vlakbij. Zij zijn, samen met mijn dochter Debby, bij een ongeluk hier in de buurt omgekomen.
Nu dringt het tot Debby door. Ze schreeuwt: “Ik was die keer niet mee op vakantie, ik leef en jij bent mijn vader.”

Vanaf dat moment breekt de pleuris uit, zoals Bram het later omschrijft. Het laatste deel is door de moeilijkheid van de materie, in het Nederlands besproken. Corinne en Charles zitten als wassenbeelden naar Debby en Jean te kijken. Wat ze wél meekrijgen, is dat Jean de vader van Debby is en dat zijn problemen in Nederland opgelost zijn. Maar natúúrlijk, dat verklaart alles, denkt Corinne. Dan is het probleem van de identiteit ook opgelost, denkt Charles.
Huilend van blijdschap omhelzen en kussen ze elkaar. Bram moet er ook bij komen van Debby. Charles denkt, het is net een roedel elkaar begroetende hyena’s, maar dan lief.
“Wie is die vrouw op het schilderijtje?” wil Debby weten, na het knuffelen.
“Dat heb ik onderweg gekregen van een vrouw.”
“Ik dacht dat het je vrouw was.”

Corinne en Charles beginnen, onder protest van de anderen, afscheid te nemen. Het is verder niet het hun feest vinden ze. Nu kunnen ze vrijuit in het Nederlands praten. Bram loopt met ze mee en bedankt ze voor hun begrip.
“Het is wel een vakantie vol verrassingen.”
“En er komen er nog meer Bram, maar we gaan morgen naar Parijs voor een weekeinde. Maandag spreken we elkaar weer.”

Debby hoort wie de vrouw van het schilderij is.
“Nu kun je, die lelijke hond halen, je bent eindelijk vrij.”
“Wacht even Debby, de moord op je moeder is nog niet opgelost. Wie weet wat voor verrassingen de commissaris nog heeft,” tempert Bram haar enthousiasme.
“Ik weet waar het pistool, met de vingerafdrukken van de commissaris erop, is.”
“Er is maar één persoon met verrassingen en dat is dus mijn vader,” glundert Debby trots.
“Misschien kunnen we beter eerst met Wouter overleggen, voor we iets met de wetenschap over het pistool gaan doen. Ter Apel heeft nog steeds veel vrienden overal.”
Dat zijn de anderen met hem eens.
“Het pistool ligt daar al zó lang. Een paar weken kunnen er nog wel bij.”
De rest van de avond worden verhalen uitgewisseld over wat ze hebben meegemaakt. Ze overleggen wat ze de volgende dag gaan doen.
“Als jullie zin hebben, kunnen we morgen de restanten van mijn schuilplaats bezoeken.” oppert Jean.
“Ik wil alles zien en horen.”
“Nu eerst slapen jij.”
“Ja paps.”

Debby is, na het verjaardagsfeest, veel te opgewonden om te kunnen slapen. Ze ratelt van de zenuwen aan een stuk door.
“Nu ben je stil, anders zeg ik het tegen je vader.”
Na een vette kus is ze stil, op de tevreden ‘zaag’ geluiden na.

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *