De Ommekeer deel 42

De Ommekeer deel 42

Na het ontbijt rijden ze naar de bron, waar Debby en Bram al eerder zijn geweest. Ze parkeren de auto naast de plek waar Jean het leven van Charles heeft gered. Hij wijst ze op de sporen van de achterwielen in het asfalt. Ze genieten, net als gisteren, van het uitzicht over de vallei. Bram probeert het zich met sneeuw voor te stellen, wat bij een temperatuur van dertig graden in de schaduw niet meevalt. Ze gaan, voor Debby en Bram, op een willekeurige plaats het bos. Zij zien geen pad tussen de bomen en de varens, Jean wel, want hij loopt doelbewust tussen de bomen door. Debby probeert zich voor te stellen hoe hij, Charles over deze route heeft mee genomen. Hij moet zo sterk zijn als een paard, denkt ze. In de schaduw van de bomen is het veel koeler, wat voor Debby erg prettig is. Bij de hut van Jean is alles nog precies zoals hij het achtergelaten heeft, alleen de bomen zijn groter geworden. Ontroerd staan ze in de weldadige stilte om zich heen te kijken. De geluiden van de natuur benadrukken de harmonie van alles. De drie mensen voelen zich één worden met de omgeving.
“Mijn god, dit is het paradijs, wat moet de aarde ooit mooi zijn geweest,” fluistert Bram.
“Wie weet leert de mensheid het nog een keer om de schepping te waarderen en er zuinig op te zijn.”
“Kun je het een beetje uitbouwen, dan gaan we hier met zijn drieën wonen.”
“Dank je voor het compliment Bram. Kijk, de buren wonen er nog steeds, ze hebben net gegraven, want de grond is nog vochtig.”
Ze lopen verder in het ritme van de natuur. Jean wijst dingen aan die ze anders nooit zien. Veel daarvan is eetbaar. Ze zijn steeds meer onder de indruk van wat hij allemaal gepresteerd heeft. Ze bereiken, via zijn visplekje, de kleine camping.

De campingeigenaar begroet Jean hartelijk. Hij vertelt dat die regelmatig inkopen deed en zich douchte op de camping. Nooit heeft hij gevraagd waarom Jean dat deed, ook niet toen hij later af en toe een klusje voor hem heeft gedaan. Ze spreken af om een keer te komen praten over alles. Het valt Bram op hoe populair Jean overal is. Voor zover hij het kan zien, komt dat door het respect van Jean, voor de Franse manier van leven. Geen grote bek of de houding, bij ons in Holland doen we alles beter. Het leven heeft hier zijn eigen ritme, daar moeten wij ons naar aanpassen. Bram begint zich af te vragen of Jean hier ooit weg zou kunnen gaan. Dit is nu zijn land, zijn leven. Hij probeert zich voor te stellen, hoe het zou zijn wanneer Jean in Nederland gaat wonen. Het lukt hem niet. Hoe reageert Debby als Jean besluit in Frankrijk te blijven? Ook dat kan hij zich niet voorstellen. Dat wordt nog een héél gedoe. Nou ja, we zien wel hoe het loopt.

De gesprekken die Debby, Jean en Bram tijdens de wandeling voeren, zetten ze bij Jean voort. Ze maken een planning voor de naaste toekomst, waarvan de familie bellen op de eerste plaats staat. Bram heeft tijdens de wandeling, Jean al gewaarschuwd voor de gevolgen hiervan.
“Die staan het volgende weekend voor de deur.”
“Van wat ik tot nu toe over ze gehoord heb, lijkt mij dat heel gezellig.”
“We hebben het voldoende besproken, ik ga nu Puk bellen,” klinkt het gedecideerd.
Bram gaat klaar zitten om de telefoon aan te pakken. Tijdens het zoeken naar het nummer in haar telefoon, begint het snikken al. Ze kan het wegslikken tot ze de stem van Puk hoort.
“Puk ik heb,” tot zover lukt het nog, ”mijn, mijn vavavader gevohohohonden” klinkt het stotterend en vrijwel onverstaanbaar door de snikken heen.”
Snel pakt Bram de telefoon.
“Wat zegt ze nou? Heeft ze haar vader gevonden?” klinkt het ongelovig.
“Dat klopt.”
“Als het verdomme een grap is, dan vermoord ik jullie,” schreeuwt Puk door de schrik.
“Nee, ik zweer het je, hij woont hier al jaren. Hij is gevlucht na de moord op zijn vrouw.”
Puk gaat zitten, omdat haar benen het begeven. Ze begint driftige, kom hiernaartoe, gebaren te maken naar Rik. Die onmiddellijk komt aanrennen, want Puk is zéér ernstig ziet hij.
“Bram, één ogenblik. Ik moet even wat tegen Rik zeggen.”
“Oké.”
“Debby heeft haar vader gevonden, levend en wel.”
“Hoe kan dat nou?”
Joke heeft zich nu ook gemeld bij de telefoon.
“Weet ik veel!” blaft Puk gestrest tegen Rik.
“Puk, ik leg het je later wel uit. Ze zijn godsgelukkig samen en voor de rest doet het er niet toe. Geef jij het door aan de anderen, ik ga nu mams en paps bellen.”
“Oké,” klinkt het nu snotterig aan de andere kant.
Terwijl Debby zich opfrist, belt Bram naar zijn ouders om het grote nieuws te vertellen.

Jean, Bram en Debby vervolgen hun gesprek over de toekomst waarin Wouter een belangrijke rol speelt. Wat betreft het wonen van Jean in Frankrijk of Nederland zwijgen ze, om Debby daar niet over te laten piekeren. Dat zij daar al over nadenkt, vertelt ze niet. Er zijn twee mogelijkheden voor nu, Wouter komt naar Frankrijk of Jean gaat naar Nederland.
Bram belde naar Wouter op zijn speciale nummer.
“Met Woutertje,” klinkt het opgewekt.
“Wouter, ben jij in de gelegenheid om naar Frankrijk te komen? Ik heb belangrijk nieuws voor je.”
“Vertel.”
“Nee, dat is een verrassing.”
“Prima.  Elk smoesje is goed om daar heen te kunnen gaan. Wij komen naar Frankrijk toe.”
“Wij?”
“O, ja. Dat heb ik je nog niet verteld, ik heb sinds drie maanden verkering.”
“Meenemen.”
“Is daar een hotel dichtbij?”
“Héél dichtbij. We hebben twee kamers vrij in de gite, dus.”
“Een is genoeg hoor.”
“Jij leeft toch niet in zonde, Woutertje?”
“Réken maar. We komen morgen, heb jij toevallig de coördinaten van jullie huisje voor mijn routeplanner bij de hand?”
“Die heb ik, noteer je even?”
“Tot zaterdag Bram en de groeten aan Debby.”

In Parijs zitten Corinne en Charles op een terras aan de Seine, met uitzicht op de Pont Neuf. Op het tafeltje voor ze legt een brochure over een verzorgingsflat vlakbij ze. Ook zij bespreken de naaste toekomst. Het grote plan van Charles hebben ze uitgebreid besproken. Nu is het tijd voor het vervolg van dat plan, permanent in Parijs gaan wonen.

Na het bellen naar de familie en Wouter, gaat Debby slapen. Jean en Bram drinken samen een biertje op het terras. Voorzichtig polst Bram wat Jean in de toekomst van plan is. Die vertelt dat hij heeft afgesproken dat hij bij Corinne en Charles zal blijven tot ze dood zijn of niet meer op het kasteel kunnen blijven wonen. Ze besluiten hier nog niet met Debby over te praten. De toekomst is erg onzeker, vooral in verband met de arrestatie van de commissaris.
Een uur later gaat de telefoon van Bram.
“Hé, Pukkie.”
“Regel jij twee hotelkamers, want we komen volgende week zaterdag die vader even bekijken.”
“Doen we, tot zaterdag.”
Bram kijkt berustend naar Jean.
“Zie je wel.”
“Gezellig, tóch.”
“Zéker wel.”

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *