De Ommekeer deel 45

De Ommekeer deel 45

Zondagochtend slapen ze uit na de feestavond van de vorige dag. Voorzichtig komt de een na de ander naar buiten. Jean is onderweg om brood te halen voor het ontbijt. Corinne en Charles dekken de tafel en maken thee en koffie. De geitenkaas en brie van de buren geurt uitnodigend. Bij een boer verderop hebben ze vleeswaren gekocht, gemaakt van scharrelvlees. De Old Amsterdam staat voor Corinne en Charles op tafel. Als bijen om een bloem, dralen de wakkeren uitgehongerd rond de tafel, na eerst met veel water en aspirine de katers te hebben verzopen. Corinne en Charles kijken verbijsterd toe hoeveel brood ze eten. Zij doen nauwelijks aan ontbijt, een croissant met koffie is al heel wat. Van Jean zijn ze wel wat gewend, maar dit slaat alles. Met zijn allen ruimen en wassen ze af terwijl de koffie, voor bij de taart die Jean heeft meegenomen, doorloopt. Zonder dat iemand, buiten de ingewijden, iets weet van wat er te gebeuren staat, is er toch een sfeer van verwachting. Corinne en Charles spelen ontspannen te zijn, wat de spanning alleen maar vergroot.

Bram stelt voor om naar de Tour de Merle te gaan.
“Moet ik dan mijn zondagse harnas aan?” vraagt Brian.
Lachend met en jennend tegen elkaar vertrekt het gezelschap naar de ruïne. Corinne, Charles, Debby en Jean blijven thuis. Jean begint, samen met Debby, aan de voorbereidingen voor het diner van die avond. Charles haalt de nodige verrassingen uit de wijnkwelder om te worden gedecanteerd. Corinne maakt de grote, door Jean van oud eikenhout gemaakte tafel, in het kasteel in orde. In een grote kasteelzaal hoort een bijpassende tafel, had Jean gezegd. Er waren twee potige mannen nodig om het blad op het onderstel te plaatsen. Door de stukjes vloerbedekking onder de poten is hij nog wel verplaatsbaar over de stenen vloer. Corinne had eerst haar twijfels, maar toen hij stond vond ze hem prachtig; nu komt hij zelfs van pas. Het moderne bestek, wat ze normaal gebruiken, is vervangen door het antieke zilveren. De damasten kleden, het antieke servies en de kaarsenkandelaars maken de tafel geheel in stijl met de omgeving. Corinne waant zich even in de middeleeuwen.

Bij de Tour de Merle gaat de groep de souvenirwinkel binnen. De brunette staat achter de toonbank. Ze ziet Bram en geeft hem een welkom kus.
”Waar is Jean?”
“Thuis.”
“Jammer.”
Puk kijkt met stijgende verbazing naar de twee. Ze fluistert tegen Joke: “Moet je kijken, dat is hier net en nu al zoenen met alles wat een paar tieten heeft.”
Joke begint te lachen en zegt: “Jaloers zeker?”
Samen proesten ze het uit, waardoor Brian opmerkt: “Wat een lol hebben we. Wedden dat het over seks gaat.”
“Oud wijf, ga maar een cadeautje voor je moeder kopen of zo,” wijst Joke hem lachend terecht.
De klim naar de toren slaan de dames over.
“Wij blijven wel beneden. Straks worden we nog geschaakt door een paar ridders.”

Drijfnat van het zweet komen de mannen weer beneden.
“Wat een prachtig uitzicht, jullie hebben wel wat gemist.”
“Ik geloof je graag, wij gaan in november wel kijken.”
Met de lelijkste souvenirtjes die ze kunnen vinden, wat een traditie is in de familie, vertrekken ze naar het kasteel. Daar staat een fles rosé, champagne en bier klaar in de ijsemmers op het terras, in de milde namiddagzon. Blokjes Old Amsterdam voor de hieraan verslaafde Corinne en Charles, vleeswaren en lokale kazen voor de rest. De rook van de smeulende barbecue, waarin het vlees wordt bereid, zorgt voor een feestelijk aroma. Na een snelle douche is het hele gezelschap bij elkaar. Rik vertelt hoe het op de zaak is gegaan na het telefoongesprek van Puk en Debby.
“Debby heeft haar vader gevonden in Frankrijk.
”Wát! Die is toch dood.”
“Moet je horen….”
“Hé! Die is toch vermist.”
“Ik heb een nieuwtje….”
“Je lult uit je nek, die is dood.”
“Zo ging het als een golf door het bedrijf. Puk is natuurlijk helemaal overstuur, dat zagen ze en daarom geloofden ze het ook.”
“Wil je daarmee zeggen dat ik altijd overstuur ben of zo?” reageert Puk op de opmerking van Rik.
“Bijna altijd.”
“Als jij van plan bent je ongelofelijk interessante memoires te gaan schrijven, moet je wel opschieten.”
“Geeft niet hoor Pukkie, kom maar bij oom Bram, ik zal je wel beschermen tegen mijn stoute broertje.”
“Donder jij ook maar op. Die ongein met die flip-over ben ik nog niet vergeten.”
Wouter en Dennis hebben veel plezier om het jennen van de familie onderling. Corinne en Charles verstaan er niets van, maar de positieve atmosfeer en het lachen voelt prettig aan. Jean vertaalt af en toe wat er gezegd wordt, zoals het pesten van Puk. Om acht uur gaat het uitgelaten gezelschap aan tafel in het kasteel. De spanning die eerder gevoeld is, komt weer terug. Bijna niemand weet wát er zal komen, ze voelen wel dát er wat komt. Aan het ene hoofd van de tafel zit Corinne en aan de andere kant Charles. Naast Charles staat een tafeltje met een krant erop. De krant is niets bijzonders, de enveloppe daaronder wel. Debby zit tussen de mannen in haar leven, Bram en Jean.
Het voorgerecht is oeuf mayonaise ter ere van de dag dat Debby en Bram op het kasteel zijn aangekomen. Het hoofdgerecht is diverse soorten vlees van de barbecue met een saus waarin, paddenstoelen verwerkt zitten. Om de Engelse ex-collega van Jean in ere te houden, zijn er gekruide roast potatoes bij. De groente bestaat uit verschillende slasoorten uit eigen tuin. Het dessert is gemaakt van appels, een specialiteit van Corinne. De wijn heeft ervoor gezorgd dat uit de diepste krochten van de hersenen van sommige aanwezigen, het Frans dat ze ooit op school hebben gehad weer tevoorschijn komt. Charles houdt, met deze beperkte kennis van de Franse taal, rekening mee in de speech die hij heeft voorbereid. Met zijn mes tikt Charles tegen zijn glas en gaat staan. De stilte is onmiddellijk.
“Lieve vrienden. Vanavond zal ik jullie onze plannen voor de toekomst vertellen, maar eerst een stukje geschiedenis. Ooit heb ik het kasteel van mijn ouders geërfd. Bij die erfenis hoorde de belofte om het kasteel te bewonen en in goede staat te houden. Mijn liefste Corinne wilde met mij trouwen onder de voorwaarde dat we op het kasteel zouden blijven wonen. Het leek haar erg romantisch. Helaas konden we geen kinderen krijgen, waardoor het hier wonen minder leuk is. Wat ook een rol speelt, is dat ze haar geboortestad Parijs mist. Ons huwelijk werd een gevecht tegen, in plaats van met elkaar. Het wonen op het kasteel werd een straf en een prestigekwestie. Hierdoor verwaarloosde ik het chateau steeds meer, waardoor het nog onprettiger werd om hier te wonen. Op het dieptepunt van onze relatie en ons leven mag ik wel zeggen, kreeg ik gelukkig een ongeluk. Jean redde mijn leven, ondanks de consequenties die dit voor hem had.”
Charles pauzeert even om Jean de gelegenheid te geven om, waar nodig, te vertalen.
“Een paar weken later kwam hij bij ons wonen. Vrijwel direct veranderde de atmosfeer in het kasteel door zijn positieve instelling. Het hier wonen werd weer prettig. Door zijn bemiddeling verbeterde onze relatie Bij momenten dat we vergaten om samen en niet tegen elkaar te strijden, heeft hij verschillende keren gedreigd weg te gaan als we ruzie zouden blijven maken. Onze Jean is een harde, maar eerlijke leermeester. Het leven werd weer een feest voor ons, zoals het ritueel planten van de kersenpit.”
Vragende blikken en een zacht gemompel onderbreekt de speech van Charles. Jean laat als gebaar van wanhoop zijn hoofd op tafel zakken.
“Kennen jullie dat verhaal niet?” vraagt Charles, geamuseerd door de reactie van Jean.
Hij vertelt voor diegene die het nog niet weten, wat hem onderweg is overkomen.
“Morgen gaan we de boom opnieuw dopen,” beslist Joke.
“De details horen we morgen, neem ik aan.”
“Ja Puk, morgen zal ik je alles vertellen.”
“Ook de…”
“Ook de…”
Jean geeft een teken aan Charles dat hij weer verder kan gaan.
“Het kasteel veranderde hij van een vervallen boel tot wat het nu is, een heerlijke plek om te wonen. De liefde voor het kasteel en het vakmanschap van Jean zijn overal te zien. Hij is degene die mij voorstelde, om vaker een weekeinde naar Corinne haar geliefde Parijs te gaan, waardoor we nog gelukkiger zijn geworden. Corinne leerde hem pianospelen, wat hij zo vaak oefende dat wij er gek van werden.”
Een instemmend gejoel stijgt op.
“Wacht maar tot ik ga drummen en trompetspelen,” jent Jean terug.
“Een van de ergste dieptepunten in zijn, maar ook ons leven, was de dood van zijn familie. Het hoogtepunt is, neem ik aan, de wonderlijke terugkeer van zijn schitterende dochter en haar charmante man.”

De spanning is nu weer terug, iedereen is doodstil. Niemand heeft meer zin in een grap, zelfs Puk niet. Debby en Jean, ontroerd door de woorden van Charles, houden elkaars hand vast.
“Door zijn mening ten opzichte van het blijven wonen op het kasteel ben ik daarover gaan nadenken. Wat was het ook weer wat je zo vaak zei, o ja: ’als je ouders zo graag willen dat het bewoond blijft, dan gaan ze er toch spoken.’ “
Charles besluit een pauze in te lasten.
“Jean, haal jij wijn uit de kelder. Jullie Hollanders hebben de rare gewoonte dat ook ‘s avonds te drinken. Doe voor mij maar een whisky water en voor mijn geliefde Corinne haar bekende Hollandse recept.”

Tijdens het wachten vertelt Charles details over het leven op het kasteel die tot dan toe alleen Jean weet. De wijn, een premier cru bourgogne acht jaar oud, is met eerbied ingeschonken en geproefd. De whisky, gemengd met de juiste hoeveelheid water uit de bron, staat voor hem. De ketel 1 voor Corinne.
“Nu Jean zijn familie terug heeft, neem ik aan dat hij terug gaat naar Nederland.”
Deze vraag is afgesproken met Bram om te horen wat het standpunt van Jean hierover is. Die regeert zoals Bram en Charles verwachten.
“We hebben afgesproken dat ik, tot jullie dood, voor jullie blijf zorgen. Die belofte zal ik niet breken. Jullie hebben voor mij gezorgd, nu is het mijn beurt.”
De spanning is weer terug, hier hebben ze allemaal over lopen nadenken, zonder een oplossing te kunnen bedenken. Debby durft zich niet te bewegen, laat staan Jean aankijken. Een beetje in paniek, probeert ze te begrijpen wat de belofte van Jean voor hun relatie inhoud. Bram trekt haar voorzichtig naar zich toe en fluister in haar oor: ”Maak je geen zorgen, alles komt goed.”
Bijna onmerkbaar knikt Debby, ten teken dat ze het begrepen heeft.
“Dan heb ik een verrassing voor je, Jean.”
Wij ontslaan je van die belofte, want we hebben de afgelopen week een verzorgingsflat in Parijs gekocht om daar permanent te gaan wonen.”
“Dat is geweldig nieuws, weg dat kasteel, op naar Parijs. Ik neem aan dat jullie het kasteel verkocht hebben.” roept Jean enthousiast.
“Nee, dat hebben we niet.”
“Sorry dat ik het vraag, maar hoe willen jullie die flat dan betalen,” vraagt de verbaasde Jean.
“We hebben geld uit de erfenis van onze ouders.”
“Maar ik dacht dat…”
“Wij weinig geld hebben,” onderbreekt Charles hem.
“Dat is niet zo, maar dat is iets wat wij jou nooit verteld hebben. We willen op gelijke voet met jou staan en dat staan we ook. Onze bewondering voor jou als mens is enorm en zal dat ook altijd blijven. Het geld kon alleen maar tussen ons in komen staan. Dat wilden we beslist niet en dat gaat in de toekomst ook niet gebeuren. En nog een voordeel is dat het kasteel nu veel beter en voor een prikkie is opgeknapt.”

Ze moeten allemaal lachen om het beteuterde gezicht van Jean.
“Daar ben je mooi ingetrapt,” roept Rik.
“Dat heb ik in de gaten. Die rijkelui kan je niet vertrouwen,” schertst Jean.
Charles kijkt weer serieus en gaat verder met zijn speech.
“Omdat we geen enkele familie meer hebben, gaat het kasteel bij ons overlijden naar de staat. Dat leek ons geen goed idee, dus hebben we een andere oplossing bedacht, we geven het weg aan een goed doel.”
“Dat is een goed plan. De staat is al rijk genoeg,” valt Jean hem bij.
De rest van de toespraak kan Jean niets meer schelen, hij is vrij om met Debby en Bram naar Nederland te gaan. Dit dilemma, waar ook hij mee geworsteld heeft, is op deze manier voor hem opgelost. Hij is het liefste in Frankrijk gebleven, maar nog liever bij zijn dochter.
“Ik ben blij dat jij het met ons eens bent. We hebben aan veel goede doelen gedacht. Het probleem daarbij is, wat gaat er met het, door jou zo schitterend gerestaureerde, kasteel gebeuren. Het is nu meer jouw kasteel dan het onze. Wanneer het opnieuw in verval zou raken, zou ik dat verschrikkelijk vinden. Uiteindelijk hebben we toch een goed doel gevonden, waarbij we ook een deel van ons kapitaal doen om het te kunnen onderhouden. Met Bram heb ik overleg gehad over het hoe het, eventueel, verder moet met Debby en Jean. Als ik alles verteld heb dan praten we daar met elkaar over.”

Jean hoort heel in de verte Charles praten, hij ziet zichzelf al met de kleine door de polder lopen. Charles pakt onder de krant de enveloppe.
Hij ziet aan Jean dat die al in gedachten afscheid aan het nemen is.
“Jean!” roept Charles, waardoor die weer bij de les is.
“In deze enveloppe zitten de papieren voor de overdracht van het kasteel en twee miljoen euro voor het goede doel. Later gaat de rest van de erfenis daar ook naar toe. Je zult je misschien afvragen wat dat goede doel is.”
“Om heel eerlijk te zijn vraag ik mij dat niet af. Het feit dat jullie in Parijs gelukkig worden en ik bij mijn dochter, is het enige wat voor mij telt.”
“Dat zijn wijze woorden, maar zo makkelijk kom je er niet vanaf, want het goede doel ben jij; alsjeblieft de papieren.”
Eén seconde is het stil.

Na het feest liggen Debby en Bram in bed.
“Wat ben jij een rat om niets te zeggen, tegen je broers.”
“Daar heb je gelijk in, maar ik kon niet anders.”
“Dat begrijp ik. Wat ik knap vind is dat Puk er niet achter is gekomen.”
“Zeg dat wel. Bij Brian kwam er bijna stoom uit zijn oren.”

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *