De Ommekeer deel 5

De Ommekeer deel 5

Krachten van buitenaf zijn, zonder dat Debby daar enig benul van heeft, bezig met een ommekeer in haar leven. Ze staat voor het raam, te kijken naar de bomen in haar straat waar af en toe een blad uitvalt. De storm van de vorige dag heeft de meeste er al afgeblazen. Tijdens de rukwinden is er van de begraafplaats Huize ter Vraeg een deken van bladeren in haar straat terechtgekomen. Het weer is daarna van herfst in nazomer verandert. De zon geeft een gevoel van warmte op haar huid, dat heel prettig aanvoelt. Waar blijft die glazenwasser nou, die ramen zien er niet uit, denkt ze.

Haar uiterlijk is negatief beïnvloed door de manier waarop ze zich voelt, depressief en slonzig. Lange, onverzorgde, bruine haren accentueren haar fijne witte gezicht. De grote, bruine ogen, waar jaren geleden het levensvuur uit kon spatten, zijn nu de doffe spiegels van haar negatieve geest. Iemand die haar niet kent, schat haar leeftijd hoger dan de eenentwintig die ze is.

De bladeren, geven iets kleurrijks aan de grauwe straten en stoepen. Haar vader en haar opa vertelden, toen ze nog een kind was, dat in de herfst, de engeltjes nieuwe vleugels krijgen en de oude op de aarde vallen. Ze moet goed zoeken tussen de bladeren, dan kan ze er een vinden, maar dat is haar nooit gelukt. Nu nog zoekt ze, uit gewoonte, naar die vleugels, waarvan het uiterlijk geheim is.
“Nou pap, als ik er nu geen kan vinden, dan vind ik ze nooit,” mompelt ze.
De herinnering aan haar verdwenen vader bezorgt haar binnen een minuut een aanval van migraine. Deze aanvallen zijn begonnen nadat ze werkeloos is geworden. Haar huisarts, bekend met haar omstandigheden, kan niets anders doen dan een sterke pijnstiller voorschrijven, want elke andere vorm van hulp weigert ze. Zo komt ze in de bijstand terecht bij de groep hopeloze gevallen. De enige activiteit die ze ontplooit, is doelloos door de stad en de parken zwerven en tv kijken. In bed ligt ze uren te piekeren over wat er van haar vermiste vader is geworden en wie haar moeder vermoord heeft. Ze komt tot de conclusie, dat de verdwijning van haar vader, iets met de dood van haar moeder te maken heeft.
Elf jaar geleden is haar vader verdwenen. Haar moeder is, samen met de man waar ze toen mee omging, vermoord, ze blijft als enig kind over. Ze gaat bij haar grootouders wonen en krijgt heel veel liefde en aandacht van ze. Het gemis van haar vader blijft, al is het met de jaren dragelijker.

Twee jaar geleden, een maand na haar negentiende verjaardag, verliest ze haar grootouders door een auto-ongeluk in Zuid-Frankrijk. Het is de laatste familie die nog heeft. Het is de eerste keer dat ze niet mee is gegaan vanwege haar examen voor kapster. Die opleiding is gestimuleerd door haar opa en oma om op eigen benen te kunnen staan. Even leek het of ze de flat van haar opa en oma moest verlaten. Door bemiddeling van Dennis, een rechercheur bij de politie, en jeugdzorg, mocht ze daar blijven wonen.

De pijnstiller die Debby tegen de migraine heeft genomen begint te werken. Ze kijkt om zich heen en denkt, ik moet eigenlijk nodig behangen. De hele inrichting van de flat, inclusief het behang, is oud en vrijwel onveranderd sinds haar intrek hier. De bank waar ze op zit, is van donker eiken en leer. Het wandmeubel, de tv-kast en de eethoek zijn in dezelfde stijl. De vloerbedekking is nog in prima staat, de kleur is wel ernstig gedateerd. Het behangen moet gelijk met het vernieuwen van de vloerbedekking en het schilderen van de deuren en kozijnen, vindt ze. Ze had, wanneer ze nog werkte, geen tijd en nu ze werkloos is geen geld om dit te doen, dus ze laat het zoals het is. Op dat moment stopt de oude koelkast met zijn irritante gerammel. Bierviltjes onder de pootjes en andere probeersels kunnen het geluid niet dempen. Op het gasstel staat het restant van de maaltijd van de vorige dag, macaroni met een beetje geraspte kaas en wat ketchup, in een pannetje geduldig te wachten op de vuilnisbak.

Door de deurbel schrikt ze wakker uit haar overpeinzingen en mompelt: “Als dat de Kerstman niet is, dan laat ik mij hangen.”
Het gevoel voor humor dat ze van haar vader heeft geërfd komt, ondanks de ellende waar ze in zit, op dit soort momenten toch naar boven.
Het is de postbode met een aangetekende brief van een notariskantoor.
“Asjeblief wijfie, denk je an me assie erdoor binnenloop?”
“As het wat kos, jij aan mij?”
Ze kijkt naar de enveloppe in haar handen, de eerste stap in de grote ommekeer.

Samen met haar vader, ging Debby vaak wandelen op de buiten gebruik zijnde begraafplaats Huize ter Vraag, gelegen langs de Rijnsburgstraat in Amsterdam. Deze betoverende plek ligt vlak bij waar haar ouders en grootouders woonden. Regelmatig gingen haar opa en oma mee om te wandelen en soms te picknicken. Debby vond de rust en de serene stilte heerlijk, want thuis was er altijd het geschreeuw en gezeur van haar moeder, tot die een bepaald niveau van dronkenschap had bereikt. Dan nam de vader van Debby haar mee en genoten ze van het rustige samenzijn. Ze wandelden het hof binnen waar de vogels en de geesten van de lang geleden overledenen de dienst uitmaakten. Op deze manier werd het gebrek aan moederliefde, waar Debby zoveel behoefte aan had, zoveel mogelijk gecompenseerd. Oma maakte voor de picknick heerlijke broodjes en een thermoskan koffie. Voor Debby nam ze een fles met zelf geperste sinaasappelsap mee. In het voorjaar kwaakten de kikkers in de slootjes. De paarden, in de wei naast het hof, kregen van Debby stukjes brood en de wortels die oma voor ze had meegenomen. Zodra ze haar vrolijke stem hoorden, kwamen ze direct naar het hek, om hun traktatie in ontvangst te nemen. Debby rende, haar prachtige bruine haren achter haar aan dansend, door de laantjes die gevormd werden door de keurig onderhouden ligusterhaagjes. Toen ze op school leerde lezen, begon ze de teksten op de grafstenen te ontcijferen en kwam dan met haar nieuwverworven kennis aanrennen om dit aan haar vader te vertellen, of te vragen wat het betekende.

Debby is zeven. De grote, bruine ogen en het lange, bruine haar heeft ze van haar moeder geërfd. De fijne trekken van haar knappe gezichtje van haar oma. Haar opa en oma maken zich steeds meer zorgen om hun zoon en Debby. Ze raden hem aan om te gaan scheiden en Debby niet langer bloot te stellen aan het gedrag van haar moeder. De vader van Debby heeft dit zelf ook vaak overwogen.
Wat hem tegenhoudt is de mogelijkheid dat haar moeder de voogdij over Debby kan krijgen. Hij kan haar dan niet meer beschermen. De regeling die ze nu hebben, is volgens hem het beste voor allemaal. Op schooldagen, is Debby bij haar grootouders die haar naar school brengen en weer ophalen. In het weekend is ze samen met haar vader thuis of wandelden ze door het Vondelpark of op hun geliefde begraafplaats. Zo leven ze in een soort gewapende vrede met elkaar, tot de moeder van Debby op een ochtend naar de supermarkt gaat om drank te halen.

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *