De Ommekeer deel 8

De Ommekeer deel 8

Om zeven uur vertrekken Bram en Rik naar Akersloot om de meisjes op te halen. Ieder met een bosje bloemen in hun hand staan ze voor de deur. Jane laat ze binnen en ze stellen zich aan elkaar voor. Voor Puk is het een aangename verrassing, want Rik is niet alleen leuk om te zien, maar ook beleefd en dat is ze niet gewend van haar vroegere vriendjes. De conversatie verloopt in eerste instantie een beetje stroef, maar tijdens het drinken van een kopje koffie komen ze los en is er plezier. Humor is het eerste wat de vier onmiddellijk met elkaar verbindt, de muziek die Jane draait de tweede. Na een uurtje, vertrekken ze richting Bergen. Onderweg klinkt, op maximum sterkte, muziek in de auto. Luid meezingend bereiken ze hun bestemming, waar het al druk is. Ze kopen kaartjes en lopen door het bos naar het openluchttheater. De hele vriendenkring van de broers gaan ook naar het concert toe. Het wonder dat Bram met een meisje uitgaat, is door Rik verspreid. Dat willen ze allemaal zelf zien. Ze hebben onderling afgesproken om elkaar te ontmoeten op de plek waar ze dat altijd doen, rechts naast de ingang. Tijdens het wandelen naar het theater, komt het gezelschap meer bekenden tegen, met wie de meisjes kennis maken. Het valt Puk en Jane op, dat de sfeer prettig is met de vrienden en vriendinnen onderling en ook ten opzichte van hun. Het feit dat Bram met een meisje uit gaat is al bijzonder. Dat het een ‘gruwelijke spetter’ is, maakt het af. Bij de groep sluiten steeds meer mensen aan. Jane en Puk zijn niet alleen verbaasd over de prettige sfeer, maar ook over de omvang van de vriendenclub. Om de beurt halen ze drinken. Bram houdt het bij cola, want hij vindt autorijden en alcohol drinken waanzinnig. Jane bewondert zijn wilskracht hierover, want sommige vrienden bieden hem toch een biertje aan. Het concert is om elf uur afgelopen. De vriendenclub valt uit elkaar. In groepjes vertrekken ze om ergens anders uit te gaan. Een van de vrienden en zijn meisje nodigden de jongens uit om mee te gaan naar een schuurfeest. Bram en Rik overleggen hierover met Jane en Puk. Zij vinden het een leuk idee. Met zijn zessen lopen ze naar het parkeerterrein. Het idee achter deze feesten is om een grote party te kunnen organiseren zonder dat dit veel geld kost. Iedereen die naar het feest komt, neemt eten of drinken mee. Uiteraard hebben Bram en Rik hier niet op gerekend, maar ze weten wel een oplossing. Het feest is in het dorp georganiseerd, waar Bram en zijn familie een paar keer op vakantie zijn geweest. Tijdens deze vakanties gaan ze regelmatig een avondje uit naar dit café, annex slijterij, in het dorp. Ook buiten deze vakanties gaan ze daar regelmatig naar toe om, na een dagje strand, te eten en te drinken. Daar gaan ze nu naar toe om drinken te halen. De vrienden hebben geen vervoer, dus zij moeten ook in de Renault 4.
Met veel gelach en gestuntel past iedereen, in het autootje. Zittend bij elkaar op schoot past het net. Zingend rijden ze naar het café, daar drinken ze eerst nog wat. Ze kopen twee flessen jenever en een kratje bier om mee naar het feest te nemen. Tegen vijf uur is het afgelopen en vertrekken ze naar Akersloot. Met een kus nemen ze afscheid. Ze spreken af om de volgende middag te gaan zeilen.

Jane en Puk zitten nog even na te praten. Puk merkt op: ”Het zijn wel heren. Eén woord en ik was met hem in bed gekropen en daar had ik misschien wel spijt van gekregen. En zoals ik mij nu voel, heb ik spijt dat ik het niet gedaan heb.”
“In de koelkast ligt nog een komkommer, neem die maar mee naar boven.”
“Grapjas.”
Om twee uur ’s middags staan de ‘heren’ weer voor de deur. Bram en Rik trakteren, voor ze vertrekken, op een paar broodjes in de kantine van de zeilvereniging. De rest van het eten en drinken voor die dag, hebben Jane en Puk mee. De wind is helaas niet meer dan drie beaufort, dus het zeilen zelf is een beetje saai. Na een paar uur varen op het meer, besluiten ze een plekje te zoeken om wat te eten en te drinken. Jane vaart naar een van de kleine eilandjes in het meer. Met het anker op het gras zetten ze de boot vast. Het eten en drinken beland op een meegenomen deken. Ze zitten met zijn vieren om het kleed heen en Puk zegt: ”Wát een mooi plekje. Hier kan je ongestoord in de buitenlucht…”
“Eten ja,” onderbreekt Jane haar, want ze weet al wat Puk gaat zeggen.
“Dat bedoelde puk niet denk ik, maar eten kan ook.”
“Zullen wij nog een stukje zeilen Jane, dan kunnen Puk en Rik even rustig met elkaar praten,” stelt Bram voor om Puk te pesten.
“Niks daarvan, ze moet zich maar een beetje leren beheersen,” zegt Jane gedecideerd, maar met een glimlach. Ze zeilen nog een rondje over het meer en gaan naar huis. Die avond is de kus van de vorige avond wat uitgebreider. Met een afspraak voor volgende week in hun zak, vertrekken de broers naar huis.
Dat weekend gaan ze nog een keer samen uit, daarna gaat ieder zijn eigen weg. Puk en Rik gaan nu meer in Amsterdam uit, waar Puk woont. Jane en Bram gaan liever zeilen en stappen in de buurt van Akersloot. Na een steeds langer durende kus, nemen ze afscheid van elkaar. Hun liefde groeit en op een avond besluiten ze niet uit te gaan. Ze praten over hun toekomstvisie, draaien muziek en dansen met elkaar, wat overgaat in kussen. Ze voelen van elkaar aan dat het die avond voor de eerste keer in hun leven gaat gebeuren. Aarzelend hebben ze aan elkaar verteld dat ze nog nooit eerder hebben gevreeën. Ze stoppen met dansen en gaan naar de slaapkamer. Zenuwachtig over wat er komen gaat, kleden ze elkaar uit. Aftastend en verkennend gaan ze steeds verder, tot hun uitputting een einde maakt aan het spel.

De volgende maandag zitten Jane en Puk op kantoor. Puk heeft al aan Jane gezien wat ze gedaan hebben dit weekend. Haar uitstraling is voor Puk even duidelijk als een vuurtoren in absolute duisternis. Jane probeert het aankijken van Puk zo veel mogelijk te vermijden. Ze weet dat Puk zit te wachten tot zij ‘het’ gaat vertellen, maar daar heeft ze geen zin in. Puk kijkt af en toe naar Jane om haar te pesten en uit te dagen. Zij probeert het uit te stellen, tot Puk met een uitgestreken gezicht opmerkt: “Je denkt toch niet dat ik achterlijk ben. Jullie hebben geneukt, stelletje viezeriken.”
“En lékker dat het was,” zegt Jane uit volle overtuiging.
Hun schaterlach trekt de aandacht van de collega’s in het kantoor naast hen, die even komen kijken wat er aan de hand is.
Puk, die veel meer ervaring heeft, ondervraagd Jane. Hier en daar geeft ze een tip ter verbetering. Aan het einde van de dag zijn alle details over hun seksuele escapades doorgelicht.
Het volgende weekend gaan ze naar het eilandje, waar ze de eerste keer met zijn vieren zijn geweest, tijdens het zeilen.
“Kunnen we gezellig picknicken,” zegt Puk schijnheilig.
Jane, aangestoken door het seksvirus van Puk, ziet het helemaal zitten.
Voor de eerste keer blijft Bram dat weekend bij Jane slapen, waardoor hun liefde een stap groeit. De volgende stap is de kennismaking met de wederzijdse ouders. De ouders van Bram, zien hun nestje snel leeg worden. Brian is al de deur uit en woont samen met Joke. Nu misschien de laatste twee. De moeder van Bram zegt regelmatig, met een glimlach: “Het zijn schatten van jongens, maar ik word stapelgek van ze.”

De liefde groeit. Af en toe komt het item huwelijk op tafel door de broers en hun vriendinnen. Zullen we ons eerst verloven is de vraag. De jongens vinden het flauwekul. De meisjes vinden dat het voor de ouders wel leuk is, want die zijn traditioneler ingesteld. Wie mag het eerst, is nu de vraag. Hierover discussiëren ze. Hun vader bemoeit zich er niet mee, want dat heeft de dezelfde uitwerking als een bronstige merrie op een hengst. Hij wacht rustig af tot zijn vrouw ingrijpt.
”Doe het dan tegelijk, stelletje kinderachtige zeurpieten.”
Beschaamd zitten de jongens naar haar te grijnzen. Zo, die weten het weer, denkt hun vader content. Het voorstel van mams, zoals ze haar liefkozend noemen, is natuurlijk de oplossing. Direct is er een ontmoeting geregeld met de zoons en de meisjes in het huis van Jane, waar niemand is die zich met hun zaken kan bemoeien. De Ramons verzorgen de muziek, dat staat als eerste vast. De plaats waar, is wat moeilijker. Het is na overleg, om logistieke redenen en uit eerbied voor het verleden, het café in Egmond

Na een zomer met zeilen en uitgaan, trouwen de broers. Omdat hun gezamenlijk verloving zo goed is gegaan, besluiten ze ook tegelijkertijd te gaan trouwen. De receptie vindt plaats in de kantine van de zeilvereniging. De huwelijksvoltrekking doen ze op het starteiland in het Alkmaardermeer, met als back-up vanwege het weer, de loods van de zeilvereniging. Met een passagiersboot van een rederij in Alkmaar, varen ze naar het eiland. Voor de oma van Jane hebben ze iets georganiseerd. In overleg met het verplegend personeel van het tehuis, besluit oma naar de trouwerij te gaan. De vaste verpleegster van oma verteld haar dat het haar leven kan verkorten.
“Noem je dit leven, het kan mij niet schelen, ik wil mijn Jane en haar lieve vriend getrouwd zien worden. Dan kan ik daarna met een gerust hart doodgaan.”
Met een ziekenwagen die af en toe alle toeters en bellen aanzet, rijden ze naar de haven en vandaar met een speciale boot naar het eiland. Samen met oma vertrekt een armada van boten en bootjes naar het eiland. De zon geniet mee van het prachtige gezelschap.

Een week na de trouwerij overlijdt oma in haar slaap. Zo lang ze kon praten, herhaalde ze hoe blij ze was, dat ze de trouwerij heeft gezien. Jane en Bram kopen het huis van oma. Samen pendelen ze naar hun werk in Amsterdam. Puk en Rik kopen een huis in Amsterdam, waar Rik gaat werken bij het kleine reisbureau van zijn schoonouders. Door zijn harde werken en commercieel inzicht, groeit het bedrijf snel. De drie broers hebben nu ieder een eigen plekje en de ruzies in het ouderlijke huis zijn verdwenen. Zij maken plaats voor plezier, wanneer ze bij elkaar zijn. In de zomer zeilen ze veel, ook naar het intieme eilandje voor een picknick, houdt Puk schijnheilig vol. De ouders van de jongens en de meisjes genieten op afstand van het geluk van hun kinderen. Regelmatig nemen de jongens ze mee naar plaatsen waar ze graag heen willen, maar zelf niet kunnen komen.

Bram is lid van de zeilvereniging. De voorzitter van de vereniging polst Bram of hij penningmeester wil worden. In de snel belegde ledenvergadering is de aanstelling van Bram unaniem goedgekeurd. De haast waarmee hij is benoemd verbaast Bram, tot hij de administratie onder ogen krijgt. De vorige penningmeester heeft die tot een chaos van papieren en cijfers gemengd, waar niemand nog enige zinvolle informatie uit kan krijgen. Een ding is wél duidelijk, er dreigt een faillissement. Bram neemt contact op met de belasting en de leveranciers van de vereniging. De bedrijven mogen in het clubblad, in de kantine en bij wedstrijden reclame maken, in ruil voor korting op de rekeningen. De belasting gaat akkoord met een betalingsregeling. Zijn volgende stap is sponsors zoeken. Drie maanden later is de vereniging weer gezond en zit er een aardig bedrag in de kas. Jane is gevraagd of zij voorzitster wil worden van de activiteitencommissie, iets wat ze met veel plezier doet.

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *