De Ommekeer deel17

De Ommekeer deel17

Na zes weken wandelen en af en toe meeliften op een tractor, komt Jean aan op de plek waar hij wil zijn. De uitgestrekte bossen op de grens van het departement Corrèze en Cantal. Deze plek voelt, tijdens de vakanties met zijn ouders, als een tweede thuis en nu zijn enige. In die vakanties heeft hij veel wandelingen door de bossen gemaakt. Hij weet dáárdoor waar hij een onderkomen wil bouwen. Er is genoeg wild, een stuwmeer vol vis en een kleine camping. Aan een doodlopend weggetje is een bron met drinkbaar water.

Jean heeft tijdens zijn tocht geleerd om het landschap te lezen op nuttige dingen zoals wilde groenten en fruit of een onderkomen voor de dag. Met deze kennis begint hij langs het doodlopende weggetje de omgeving te verkennen. Hij ziet een vervallen stenen muurtje in het bos, wat een teken is dat hier ooit kleinschalige landbouw is bedreven. Dan moet er ook een woning hebben gestaan, redeneert hij. Honderd meter verder vindt hij inderdaad de ruïne van een klein boerenhuisje. Eén muur staat nog volledig overeind, want daar is de schoorsteen in gemetseld. In wat ooit een woonkamer is geweest, groeien nu een stel bomen, vechtend met elkaar om het meeste zonlicht. Dit is mijn plek, besluit Jean.

Vlak naast de ruïne maakt hij een tijdelijk verblijf onder een dennenboom. Hij verkent de omgeving grondig voor hij aan de bouw van zijn permanente thuis begint. Zoals hij al verwacht, zijn er wildsporen in overvloed. De ligging ten opzichte van de camping is prima, omdat er gèèn wandelpad vanaf daar, richting zijn plek gaat. Op een vrijwel onzichtbare en ook niet met een pad te bereiken plek, kan hij vissen. Nu begint hij aan de bouw van zijn onderkomen. Om zijn directe omgeving niet te beschadigen, kapt hij verder weg kleine bomen van de juiste maat om een dak te maken. Deze bomen plaatst hij schuin tegen de muur. Daarop komen dunnere takken. Op die takken legt hij de leiplaten van het ingestorte dak. Als isolatie doet hij een pak mos tussen de takken. Voor een buitenstaander is het net of het dak in zijn geheel naar beneden is gekomen. Van stenen maakte hij een muurtje aan de zijkant met een deurtje erin. Nu heeft hij een huisje met een schoorsteen. De vo0r de helft onder het puin begraven kacheltje, graaft hij op om te gebruiken als verwarming en om op te koken.

Voor de konijnen is hij op strikken aangewezen, want Chien is er niet meer. Hij maakt een speerwerper om, zo nodig, groter wild te kunnen vangen. Op Discovery Channel heeft hij gezien hoe de Aboriginals hiermee op grote afstand heel nauwkeurig kunnen gooien. Tijd om te oefenen heeft hij genoeg, want dat is zijn grootse bezit. Voorlopig koopt hij eten op de camping, aangevuld met wat hij in de natuur vindt. Wanneer het Franse geld op is, wisselt hij het Nederlandse geld op de camping of bij een bank in een van de dorpen in de buurt. Hiermee doet hij boodschappen zoals tandpasta en zeep. Veel haalt hij uit de natuur, maar om vervangers voor dit soort dingen te vinden, gaat nog niet. Op een rommelmarkt ziet hij een boek van François Couplan. Hieruit leert hij eetbare planten en zaden kennen, die in overvloed in het bos om hem heen groeien. Het meer en meer sterker wordende euforische gevoel dat hij heeft, krijgt een naam in dit boek: ‘Survie douce’.
Levenservaring in harmonie met de natuur. Hierdoor koopt hij veel minder voedsel. Een van de vele varianten die hij gebruikt, is de Franse aardkastanje gemengd met bosbessen. Hiervan bakte hij koekjes op zijn kachel. Hij begint een voorraad voedsel voor de aanstormende winter te maken. Brandhout is er ruim voldoende. Jean sprokkelt takken bij elkaar zonder de bron daarvan, de boom, te beschadigen. Hij maakt kennis met de Franse campingeigenaar, die geen lastige vragen stelt. Hij doet in ruil voor het gebruik van de douche kleine klusjes voor hem. Op de camping is een oven om, na het seizoen, houtskool voor de winter te maken. Dit doet hij om bij zijn schuilplaats geen aandacht te trekken door de rook van een houtvuur. Hij mist familiefoto’s in zijn hutje. Vanwege de veiligheid heeft hij die niet meegenomen. Alleen het schilderijtje van Nina hangt hij op een prominente plaats.

De herfst begint te heersen over het land. Het seizoen is afgelopen waardoor de camping dicht is. Nu bedenkt hij voor het douchen en zijn was een andere oplossing. In een stadje, op drie uur lopen afstand, vindt hij een wasserette, en een supermarkt. Aan de rand van de stad is een overdekt zwembad waar hij gaat zwemmen en douchen. De overige dagen wast hij zich met water uit de bron. Om zijn Frans te verbeteren leest hij, gratis, kranten uit de winkel. Een gevoel van euforie slaat af en toe om in een diepe depressie. Hij verwondert zich over de snelheid waarmee dit gaat. Een kleine verandering is vaak de oorzaak hiervan, zoals het kapot zijn van een van zijn strikken of het uitgaan van de kachel. Tijdens de depressie vraagt hij zich af waar hij in godsnaam voor leeft. Het thuisfront heeft meer rust als ze weten dat hij dood is, denkt hij dan, maar zijn wil om te leven, wint steeds van zijn verlangen naar rust. Het gemis van zijn familie is, als een oude blessure, altijd vaag aanwezig. Op deze momenten komt het hem in alle helderheid kwellen. Wanneer hij op eigen kracht weer uit de depressie komt, voelt hij zich sterker.

Een sneeuwbui maakt hem erop attent dat de winter, in al zijn dodelijke pracht, er nu echt is. De maagdelijke sneeuw is té aantrekkelijk om niet naar buiten te gaan. Glijdend en bijna vallend, bereikt hij de smalle weg langs de bron. Voor de eerste keer ziet hij de vallei onder hem bedekt met sneeuw. Hij staat zó lang stil, om te genieten van de schoonheid, dat hij zich bevangen voelt door de kou. Zo moet de kerst eruitzien, denkt hij. Die kerst komt, het regent en stormt de hele week. Eenzaamheid, veroorzaakt door de duisternis en het slechte weer, wurgt Jean bijna. Het besef, dat hij deze manier van leven niet veel langer kan volhouden, is sterker dan zijn behoefte om alleen te zijn. Oneindig overdenkt hij zijn mogelijkheden. Teruggaan naar Nederland kan niet. Hij brengt daarmee zijn geliefden en zichzelf in gevaar. Zijn tegenstander is tot alles in staat, heeft hij in de flat gehoord. Naar de Franse politie gaan en daar vertellen wat hij heeft meegemaakt kan ook niet. Zo worstelt hij de winter door, waarin hij een deel van zijn voedsel deelt met zijn buren de dassen.

De vroege lente overspoelt het land met zijn gaven. Jeans gepieker over de toekomst stopt, want hij schuift zijn probleem door naar de herfst. Dan doe ik wat ik denk dat het beste is, nu ga ik nog genieten van de zomer. De voorjaarsbloemen bloeien naast zijn hut. Hij kan urenlang kijken, naar insecten die vroeg uit hun winterslaap komen en hiervan profiteren. Zijn buren, vieren al stoeiend en rennend de komst van het voorjaar. Nu zijn er weer andere planten die hij kan eten, zoals de bosasperge.

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *