De Ommekeer deel 14

De Ommekeer deel 14

De begrafenis is van ongekende omvang. Dit komt omdat Jane en Bram héél erg populair zijn op hun werk en in de dorpen De Woude en Akersloot. De stoet auto’s naar het crematorium is zo veel mogelijk beperkt door carpoolen, maar de lengte van de stoet is evengoed enorm. Veel mensen uit de dorpen zijn er al op eigen gelegenheid heengegaan, waardoor het parkeerterrein vrijwel vol is. Alleen de daarvoor genodigden krijgen toegang tot de rouwkamer en het rituele verdwijnen van de kist. De vader van Jane is als enige van de familie in staat om, tussen zijn huilen door, een korte speech te houden. De nadruk lag hierbij op haar geweldige karakter, maar ook op haar eigenwijsheid. Iedereen snapt waarom hij dat doet. Die woorden zijn bestemd voor Bram, maar ze nemen niets weg van zijn steeds sterker wordende schuldgevoel. Buiten de familie spreken zeer kort, de voorzitter van de zeilvereniging en de baas van haar werk. De Ramons, die al een aantal jaren zijn gestopt met optreden, zijn voor deze gelegenheid weer bij elkaar gekomen. Ze spelen het eerste nummer van hun optreden in het openluchttheater in Bergen, waar Bram en Jane voor de eerste keer met elkaar uitgegaan waren. Ondersteund door zijn broers strompelt Bram naar de auto. Langzaam vertrekt, in serene stilte, de armada van auto’s.

De volgende dag herhaalt zich het tafereel op het Alkmaardermeer, maar nu met boten. De eigenaren van de boten nemen iedereen die er zelf geen heeft mee. In de zeilboot van Jane zitten Bram, Simon en de ouders van Jane. Ieder van hen strooit een deel van de as uit, over het door Jane zo geliefde meer. Bram blijft nog een tijd onder de medicijnen. Joke of Puk, houden hem om beurten gezelschap tot hij zich weer zover hersteld is dat hij hier met zachte hand een eind aan maakt. De pijn van de herinneringen is zo groot dat Bram besluit het huis, waar ze zo gelukkig in zijn geweest, te verkopen. Bram weet dat een nichtje van Jane, waar hij het altijd heel goed mee kan vinden, het huis wil kopen. Omdat het schuldgevoel zijn leven steeds meer begint te beheersen, is hij niet meer in staat iemand van Jane’s familie te ontmoeten. Daarom heeft hij aan Rik gevraagd die zaken voor hem te regelen. Rik stelt voor om het door een expert te laten taxeren. Het nichtje kan het dan voor die prijs kopen. Bram voelt hier niets voor. Hij vindt dat het huis van Jane’s familie is. De gedachte dat hij daar winst op zou maken, kan hij niet verdragen. Het nichtje mag het huis kopen voor dezelfde prijs als waar Jane en Bram het voor hebben gekocht. De boot en alle bezittingen van Jane gaan, op een paar persoonlijke dingen na, naar haar ouders.

Via een bevriende relatie koopt Bram een boerderij in de Wieringermeer, vlak bij Schagen. Dit perceel kan hij voordelig kopen, omdat er geen bouwland bij is. Het bestaat uit een woonhuis met een enorme aangebouwde schuur en een tuin van ongeveer drieduizend vierkante meter. Hier trekt hij zich terug in zijn eigen wereld, een wereld waar altijd de doffe pijn van het verlies de boventoon voert. Hij ziet alleen zijn ouders nog, andere mensen kan hij niet om zich heen verdragen. De familie van Jane niet, vanwege zijn schuldgevoel tegenover hen. Zijn broers en schoonzussen niet, vanwege de herinneringen aan de tijd samen met Jane. Het enige contact dat hij met ze heeft, is voor de boekhouding van hun bedrijf. De familie van Jane en van Bram hebben wel contact met elkaar. Ze hopen allemaal dat Bram ooit uit zijn apathie zal ontwaken. Simon en de rest van zijn vrienden proberen nog wel om contact te houden, maar hij houdt elke poging af tot ze het opgeven. Om niet volledig in te storten, werkt Bram zo veel mogelijk. In de avonduren studeert hij om bezig te zijn.

De ouders van Jane missen hem vreselijk, want ze zijn dol op Bram. Ze begrijpen wel waarom hij hen niet meer onder ogen kan komen en wachten af tot hij daar weer toe in staat is. Het proces van herstel verloopt heel langzaam, maar het is er wel. Op een dag ziet hij op de verjaardagskalender, de namen Ken en Fons staan, de tweeling van Joke en Brian. Hierdoor begint er in zijn geest een worsteling, zal hij daar wel of niet heen gaan. De gelegenheid is uitgelezen, want iedereen van zijn familie is daar aanwezig. Hij hoeft, door ook de aanwezigheid van vreemden, niet bang te zijn dat ze over het verleden praten. Na een lange aarzeling koopt Bram een paar cadeaus voor de jongens en vertrekt naar Amsterdam. Hij overweegt aan te kondigen dat hij komt, maar dat durft hij niet, want nu kan hij altijd op het laatste moment afhaken, mocht hij het toch niet kunnen opbrengen. Met veel geluk vindt hij een parkeerplaats en stapt uit zijn auto met de twee pakjes voor Ken en Fons. Ken kijkt in de straat staat om te zien wie er komen, want nog niet iedereen is op het feest aanwezig. Iedere langsrijdende auto bekijken ze, tot Ken een rode Volvo voorbij ziet rijden.
Hij loopt naar Fons en fluistert: “Volgens mij reed oom Bram net voorbij.”
“Meen je dat nou?”
“Het is een rode Volvo.”

Zwijgend en gespannen kijken de jongens naar buiten of het inderdaad hun oom Bram is. Ze durven het tegen niemand te zeggen, want als ze het verkeerd hebben, is de teleurstelling te groot. En dan komt de ontlading, want Bram loopt het tuinpad op. Huilend en brullend van vreugde stormen ze gillend, “Oom Bram is er, oom Bram is er,” naar de voordeur, de rest van de visite in verbijstering achterlatend. Ze rukken de deur open en vliegen Bram om zijn nek en voor het eerst, sinds ze zichzelf daar te groot voor vinden, kussen ze hem. Niemand stelt een vraag of plaatst een opmerking. Hij is weer in de groep opgenomen, of hij nooit weg is geweest.

Af en toe gaat Bram bij zijn broers eten. Hierbij voelen ze het schild tegen de wereld, dat Bram nog altijd heeft. Zijn broers vinden het erg, maar vinden dat hij uit zichzelf die afstand tussen ze in moet opheffen; ze wachtten dat rustig af. Puk niet, ze heeft erg veel verdriet over de manier waarop Bram leeft. Ze is nu nog gekker op hem, dan de eerste keer dat hij op kantoor kwam. Zij is degene die hem af en toe probeert te koppelen aan, volgens haar, een geschikte kandidate. Soms is het een klant van het bedrijf of iemand die ze op een feestje ontmoet. Ze denkt dat ze het onopvallend doet, door een etentje te organiseren waar Bram ook ‘toevallig’ bij is. Bram staat de betreffende vrouw beleefd te woord, maar daar blijft het bij. Hij is niet blij met de pogingen van Puk, maar zegt hier niets van. Hij is op zijn beurt ook gek op zijn schoonzusje. In géén geval wil hij haar kwetsen of verdriet doen. Na vijf pogingen wil Rik hier met Puk over praten. Al zijn charme en welwillendheid heeft hij nodig om haar niet kwaad te laten worden tijdens dat gesprek. Ze denkt erover om te ontkennen dat ze Bram wil koppelen, maar Rik omarmt haar liefdevol en fluistert in haar oor: “Ik vind het ongelofelijk lief wat je voor Bram probeert te doen, maar hij wil niet. Laat hem met rust, des te eerder groeit hij er overheen.”
Elkaar omhelzend staan ze te huilen, om de herinnering aan wat er allemaal gebeurd is. Puk stopte haar pogingen, maar het is niet uit haar gedachten.

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *