Een stukje uit De Ommekeer deel 1 van 3

Een stukje uit De Ommekeer deel 1 van 3

In de vakantieperiode plaats ik geen nieuwe verhalen. In plaats daarvan zet ik een stukje uit mijn roman: ‘De Ommekeer’ op de site.

Wat vooraf ging.
Na het overlijden van haar opa en oma, kreeg Debby een brief met uitleg over hoe haar moeder en vader vermoord waren. Deze brief werd haar toegestuurd door een notaris, waar haar opa hem in bewaring had gesteld, tot zijn moment van overlijden.

Debby plaatste de brief, die ze nu drie dagen in haar bezit had, op het tafeltje voor haar en begon ernaar te kijken. Ze probeerde haar gedachte onder controle te krijgen om te bedenken wat ze moest doen. Afwachten, was het enige wat ze kon bedenken, maar één ding nam ze zich voor, ik zal doen wat opa en oma in de brief hadden gezegd, iets maken van mijn leven. Vanaf dat moment begon ze aan een zoektocht naar een betere toekomst. Er ging ruim een jaar voorbij waarin ze, zonder succes, wanhopig op zoek was naar dat betere leven. Ze deed niet meer dan wat ze vóór de brief gedaan had. Overdag wat wandelen in de stad en de parken, waarbij ze de begraafplaats van haar vader zorgvuldig meed en ‘s avonds televisiekijken. Tot ze op een dag wakker werd na een droom waarin ze samen met haar vader op een van hun favoriete plekjes in Frankrijk wandelen en dacht: zo gaat het niet langer, ik ga naar het kerkhof.

Ze stapte uit bed en ging douchen. Ze at twee sneetjes oud brood die ze met een kopje thee wegspoelde. De rest van de oude kuch nam ze mee voor de eendjes in de schinkel en de paarden. Ze wandelde via het jaagpad, waar ze net als vroeger met haar vader, de eendjes voerde. Dáár begonnen de tranen al over haar wangen te lopen en ze dacht erover haar kruistocht, zoals ze dat voelde, te stoppen. Ze schold tegen zichzelf: “Houd op trut, word eens een beetje flink en maak iets van je leven, in plaats van te janken!”

De krokussen bloeiden overal, vroeger plukte ze die wel eens voor haar moeder die ze direct in de vuilnisbak gooide terwijl ze zei: “Wat moet ik met die stinktroep.”
Het maakte haar tocht nog zwaarder, maar ze zette toch door, gedreven door een kracht die ze niet begreep, maar waar ze wel blij mee was. Aarzelend stapte ze over de dam de begraafplaats op. Ze liep naar de plek waar ze vroeger zo vaak had gezeten met haar vader en haar grootouders en ging zitten met het laatste beetje brood in haar handen. De paarden van vroeger waren er niet meer, de nieuwe graasden gewoon door, want ze kenden haar niet. Ze liet de atmosfeer van kalmte en rust tot zich doordringen. Langzaam werd ze zelf ook rustig in haar hoofd en begon om zich heen te kijken, op zoek naar een aanwijzing waar haar vader begraven kon zijn. Het enige wat ze zag, was de vrouw die de begraafplaats beheerde en die ze meer dan een jaar niet gezien had. Ze was bezig met de klimplanten, die overal groeiden, daar weg te halen waar ze in de weg zaten. De vrouw stopte met haar werk, kwam naar Debby toelopen en zei: “Hallo, een tijd niet gezien.”
Debby ging staan en zei tot haar eigen verbazing: “Ik kon het niet opbrengen om hier nog te komen.”
Het drong tot haar door dat het erg vreemd was wat ze had gezegd. Ze kon uiteraard niet zeggen, dat komt omdat mijn vader hier ergens begraven ligt. In plaats daarvan zei ze: “Vroeger kwam ik hier vaak met mijn vader en oma en opa, maar die zijn dood. De herinneringen daaraan waren te pijnlijk, maar nu probeer ik het weer.”

De vrouw wist dat er iets bijzonders aan de hand was, ze vermoedde ook wat. Ze zei hier niets over, daar was ze veel te wijs voor. Wat ze zichzelf wel voornam was om die wijsheid met de jonge vrouw, die zo verdrietig op dit bankje zat, te delen en ze zei: “Soms kom je er alleen niet uit. Ik heb iets voor je wat je kan helpen, loop maar met me mee.”
Totaal overbluft liep Debby, zonder iets te vragen, mee naar het witte huis op de begraafplaats. Ze gingen naar binnen. De vrouw pakte een kan koffie en schonk zwijgend in. Buiten streden de vogels zingend en vechtend voor de beste nestplaatsen, maar Debby, die altijd van hun geluid genoot, hoorde het niet. Ze hoorde de vrouw als in een droom zeggen: “Dit boek kan je helpen, lees het en doe wat er in staat. Je leven zal in positieve zin veranderen.”
Debby las de titel: ‘Word uw mind de baas’.
Ze dronken hun koffie en praatten over de prachtige kleuren van het voorjaar en de geschiedenis van de begraafplaats. De vrouw vermeed elke vraag of zinspeling waarom Debby zo verdrietig was. Ze namen afscheid en Debby liep rechtstreeks met haar gift onder haar arm naar huis.

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *