Bettie uit de roman waar ik nu aan werk

Bettie uit de roman waar ik nu aan werk

Haar vader is alcoholist en gewelddadig. De kleuterleidster van haar klas heeft de kinderbescherming ingeschakeld omdat Bettie, verdachte, blauwe plekken heeft en veel verzuimd. Ze wordt door de kinderbescherming uit huis geplaatst in een liefdevol pleeggezin.

Wanneer ze zes jaar oud is, gaat ze heel af en toe kijken naar haar ouderlijk huis. Deze bezoekjes houdt ze geheim voor haar pleegouders. Op een dag gaat ze weer kijken en ziet dat de hele straat is afgezet door de politie. In de straat is de brandweer bezig een huis na te blussen. Ze glipt door de beveiliging door te zeggen dat ze in de straat woont. Ze ziet dat het haar ouderlijk huis is. Bij een van de overburen verschuilt ze zich achter een heg in de voortuin. Een zwarte auto komt de straat inrijden en stopt bij het huis. Twee brandweermannen dragen een zwarte hoes naar buiten en plaatsen die in de zwarte auto. Ze gaan weer naar binnen en komen met een tweede zak naar buiten. Ze voelt aan dat haar ouders in de zakken zitten. Huilend zakt ze op haar knieën op de grond. Een brandweerman hoort het omdat hij vlak bij haar een slang aan het oprollen is. Heel rustig loopt hij naar haar toe, gaat op zijn knieën zitten en zegt op zachte toon: ”Hallo, wat is er?”
“Het zijn mijn papa en mama,” klinkt het met een snik.
“Dus je woont hier?”
“Nee, ik woon bij een andere papa en mama.”
“Waar zijn die.”
“Verderop. Ze mogen het niet weten.”
“Waarom niet.”
“Ik ga hier soms kijken en dat weten ze niet.”
“Dat vinden ze vast niet erg. Zal ik iemand roepen die je naar je andere huis kan brengen.”
“Nee, dat moet u doen.”

De brandweerman gebaart een collega dichterbij te komen.
“Ik ga dit engeltje naar haar huis brengen, Dan weet je waar ik ben.”
De collega schat de situatie goed in en vraagt niet verder.
“Ik doe dit pak uit en dan gaan we.”

De anders zo levendig kwebbelende Bettie loopt nu, stil, hand in hand met de brandweerman naar haar tweede huis.
“O, gelukkig daar ben je,” roept haar moeder blij.
“Ze was een beetje verdwaald en daarom ben ik met haar meegelopen.”
“Je hebt gehuild, wat is er?”
Bettie kijkt naar haar redder die haar bemoedigend toeknikt.
“Ik was naar mijn oude papa en mama’s huis gegaan en toen was er brand.”
“Je wilde even je oude huis bekijken, dat mag best hoor. We kunnen dat ook wel een keer samendoen.”
Het dringt tot haar door dat de brand bij het oude huis kan zijn.
“Welk huis was er in de brand?”
Huilend begint ze te vertellen.
“Het huis van mijn oude papa en mama en ze zijn dood denk ik.”
“Is dat zo meneer de brandweer?”
Het is nutteloos om een fantasieverhaal op te hangen bedenkt hij?
“Dat is zo.”
“Komen ze nu nooit meer terug, nieuwe mama?”
“Nee, ze zijn naar de hemel gegaan en daar zijn ze héél gelukkig en zien ze hoe het met je gaat.”
“Kan ik ze dan ook zien?
“Doe je ogen dicht en denk aan ze.”
“Ik zie ze.”
“Wanneer je ze mist, dan kan je dat doen.”
De laatste twijfel over de kwaliteit van de opvoedkunde, liefde en welzijn van Bettie zijn verdwenen bij de brandweerman.”

Bettie groeit liefdevol op en samen met haar nieuwe ouders praten ze regelmatig over haar biologische ouders zonder ze te veroordelen. Haar twaalfde verjaardag wordt, zoals de vorige jaren, uitgebreid gevierd. Bettie is neerslachtig en houd zich buiten het feest. Haar opa van moeders kant heeft het in de gaten en zoekt haar op.
“Wat is er Engeltje?”
“Ik mis mijn ouders.”
“Dat begrijp ik.”
“Ik zou ze niet moeten missen, het waren slechte mensen.”
“Niemand wordt slecht geboren. Mensen maken soms verkeerde keuzes. De meeste mensen hebben daar geen problemen mee, maar sommige blijver erin hangen en blijven verkeerde keuzes maken zoals jouw ouders.”
“Ze zijn dus niet echt slecht, ze hebben fouten gemaakt die verkeerd zijn uitgepakt.”
“Zo is het. Ze hebben ook goede dingen gedaan.”
“Wat dan?”
“Ze hebben jou gemaakt.”
“Gekke opa.”
“Dat is waar. Weet je wat je kunt doen om niet meer verdrietig te zijn.”
“Nou?”
“Kijk in de spiegel en zeg dan vijf keer tegen jezelf: ’ik doe het beter dan mijn ouders.’”
“Dat zal ik zeker doen.”
“Ga naar de grote school. Trek je eigen plan en laat mensen die je verkeerde keuzes willen laten maken, zorgvuldig links liggen.”

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *