De tweeling deel 14

De tweeling deel 14

Herman
Hoofdstuk 30

Herman zit nu met het volgende dilemma, hier blijven en proberen de boerderij te kopen of eerst naar huis gaan en dan met Sara terugkomen. In dit dilemma zit er nog een, zijn buit hier verkopen of in Nederland. Hij besluit af te wachten tot het moment dat de keuze gemaakt moet worden. Wat hij niet kan vermoeden is dat zijn tweestrijd vóór hem wordt beslist.

De voormalige varkens en geitenstallen heeft Herman nog niet bekeken. Op een avond krijgt hij een ingeving. Wanneer ik hier ga wonen kan ik dieren houden, dat vindt Sara geweldig, ik ga kijken of de stallen nog in goede conditie zijn. In het oranje licht van de ondergaande zon loopt hij de stallen binnen. De atmosfeer voelt onbehagelijk aan, toch loopt hij door. De deksel van de gierput is een kwartslag gedraaid, waardoor hij een ster vormt met de putrand. Een van de punten rust niet op de rand. Op deze punt stapt Herman. Met een schreeuw van angst valt hij in de gierput. Het deksel zakt weer traag op zijn plaats. Hij weet dat hij verloren is, want de boer heeft geen idee dat hij hier is. Door zijn bewegingen in het stinkende gier, komt er een enorme hoeveelheid gas vrij. Herman sterft, zoals bijna al zijn slachtoffers zijn gestorven. De boer heeft naar hem gezocht in de omgeving van de boerderij. Hij neemt aan dat Herman gevlucht is.

Ramon
Hoofdstuk 31

Zijn lengte van bijna twee meter is een van de oorzaken dat hij door zijn ouders gepusht wordt om volleybalspeler te worden. Volgens zijn coach, is hij een groot talent. Zijn ouders zetten hem onder druk om aan de verwachtingen van die man te voldoen. Misschien kan je prof worden is hun argument. Ramon wil dit helemaal niet, het kost hem ongelofelijk veel moeite om aan de hoge verwachtingen van de coach en zijn ouders te voldoen. Af en toe probeert hij een training of een wedstrijd over te slaan, maar de druk op hem is te groot. Zijn ideaal is om onderwijzer te worden. De sport slurpt zoveel van zijn energie op, dat zijn studeren te wensen overlaat. Zijn toekomst als onderwijzer komt in gevaar. Zijn mentor maakt hem hierop attent.
“Tja, je moet zelf je prioriteiten stellen,” zegt hij, wanneer Ramon hem vertelt over de druk die de coach op hem legt. Daar heeft Ramon dus niets aan. Een vriend van hem of beter gezegd iemand die zich aan hem opdringt heeft de oplossing, een gratis pilletje.

Inderdaad helpt het hem om bij de training goed te presteren. Na de training is de vermoeidheid erger dan anders. Voor de wedstrijd van zondag is hij nog steeds moe. Hij raadpleegt zijn vriend die hem een pil geeft. Daar moet hij wel voor betalen. Van zijn zakgeld doet hij dat en hij speelt geweldig. Steeds vaker heeft hij de hulp van het pilletje nodig. Zijn zakgeld is veel te snel op. Dit vertelt hij tegen de vriend. De vriend zinspeelt om op andere manieren aan geld te komen zoals het “lenen” van zijn ouders.
“Dat is geen lenen dat is jatten,” repliceert hij.
Zondag is de grote wedstrijd, kan ik één keer op de pof vraagt hij. De vriend laat zijn andere gezicht zien en lacht hem uit.
“Doe niet zo principieel, je ouders hebben geld genoeg zij pushen je toch, laat ze maar betalen.”
Worstelend met dit dilemma zit hij in de verlaten gymzaal. Hij hoort niet dat de deur voorzichtig opengaat en een heel mooi, heel donker, meisje binnenkomt. Zijn strijd is oneerlijk. Aan de ene kant zijn dwingende ouders die hem aanzetten tot topprestaties, aan de ander kant zijn liefde en loyaliteit voor ze. Hij komt er niet uit en begint van wanhoop te huilen. Het meisje kijkt verbaasd naar hem, want dit is niet de jongen die ze kent, die jongen is een topsporter en hoort gelukkig te zijn. Ze aarzelt tussen weggaan of naar hem toe gaan. De hele situatie is onwerkelijk ze besluit naar hem toe te gaan. Ze maakt lawaai met haar voet om hem te waarschuwen. Geschrokken kijkt hij op en herkent haar. Wat hem direct opvalt is, dat ze niet meer het spichtige in zichzelf gekeerde hardloopstertje is, zoals hij haar al jaren kent. Het is een mooie vrouw die niet wegrent nu ze hem zo ziet. Ze loopt naar hem toe.
“Haai.”
“Sorry,” mompelt hij, zijn verdriet weer de baas.
“Waarvoor?”
“Dat ik me zo gedraag.”
“Daar zal je een héél goede reden voor hebben.”
“Daar heb je gelijk in.”
Ze wacht op zijn reactie en gaat naast hem zitten. Het kost hem moeite om verder te praten maar een voor hem onbekende kracht dwingt hem.
“Gek word ik ervan, iedereen wil dat ik prof volleyballer word behalve ik.”
“Dan laat je toch iedereen de hik krijgen en doe je het niet.”
Hun lach klinkt galmend in de lege gymzaal. Het is niet de lach van kinderen, die hier normaal gesproken klinkt, maar van volwassenen die iets belangrijks delen. Ze weten zelf nog niet dat de liefde hen al in zijn almachtige greep heeft. Ze raken in gesprek over zijn probleem en kunnen niet meer stoppen. Tot laat die avond lopen ze samen doelloos en volkomen gelukkig door de stad. Ze spreken met elkaar af dat hij zonder pillen verdergaat. Voor de wedstrijd zal hij tegen zijn ouders en zijn coach zeggen dat hij ziek is en toch wil proberen te spelen. Ze geven elkaar hun eerste kus.

Ze is zo opgewonden dat ze niet kan slapen en begint een plan te maken voor de toekomst. Dat ze met Ramon verdergaat staat voor haar vast. De vanzelfsprekendheid waarmee ze voor de volgende dag afgesproken hebben geeft haar het gevoel dat ze al lang verkering hebben.

Ramon ligt op zijn bed en voelt zich voor het eerst in jaren geweldig. De toekomst ziet er weer goed uit, hij is verliefd en Lola staat helemaal achter zijn toekomstplannen.

In het tussenuur dat ze samen hebben praten ze, af en toe onderbroken door een kus, met elkaar over de toekomst. Ze spreken af om elkaar die avond in de stad te ontmoeten.
“Ramon, ik heb nagedacht over de toekomst. Het lijkt mij verstandig, om in de twee laatste weken voor de grote vakantie een gelegenheid af te wachten, waarop je met je ouders over je toekomst kan praten of als dat niet lukt in de vakantie.”
“Dat is een goed idee. Ik doe mijn best om zo goed mogelijk te spelen. Mijn ouders gaan drie weken op vakantie naar Italië. Ze hebben gevraagd of ik mee wil en dat doe ik niet, ik wil bij jou blijven.”
“Je kan, als je dat wil, misschien met mijn Dennis praten over het probleem met je ouders. Hij is van beroep interimmanager en mediator en weet misschien een oplossing voor je probleem.”
“Wie is jouw Dennis?”
“Mijn buurman.”

Anton
Hoofdstuk 32

Alle vrienden en familie van Sara vervreemden van haar. Ze groeten haar altijd beleefd uit angst voor haar man Herman, een praatje maken doen ze niet meer. Ze bevalt van haar zoon Anton in een door Duitsers gerund ziekenhuis. De oorlog die in de rustige polder zo ver weg leek komt met de dag dichterbij. De slag om Walcheren is in volle gang. Elke dag komen de Spifires voorbij waardoor de kopjes en de glazen staan te rinkelen in de kast. De formatie nadert meestal vlak boven zee. Met een wipje vliegen ze over de dijk waarna ze weer zo laag mogelijk verder vliegen op weg naar hun doel. Sara slaat haar handen op haar oren en bidt: “O, god laat er niet een op ons neerstorten.”
De twee jarige Anton vindt het lawaai en het trillen van de lucht door de vliegtuigen prachtig. Op zijn kleine beentjes staat hij te dansen van opwinding. Sara, kijkt er met verbazing naar.

Het uitzonderlijk zachte herfstweer is een voorbode voor de komende strenge winter. De mensen die op het land vlak achter de dijk aan het oogsten zijn, duiken in een reflex naar de grond om dan weer op te springen en te zwaaien naar de piloten. Heel even zien ze de vliegtuigen een kleine beweging met hun vleugels maken om hen te groeten. Huilend van vreugde staan de mannen en vrouwen op het land en in het dorp de Spitfires na te kijken. Dit hebben ze lang niet gedurfd uit angst voor represailles, nu de oorlog op zijn einde loopt weer wel, want de laatste Duitsers zijn uit hun dorp vertrokken om te vechten bij de Sloedam.

De vliegtuigen zijn verdwenen. Het gedempte geluid van de kanonnen in de verte, neemt hun plaats weer in. De oorlog is nog niet eerder zo voelbaar en zo dichtbij geweest. De oorlog zelf is niet de grootste zorg van Sara, het einde wel. Wat moet er van mij worden nu de Duitsers weg zijn, denkt ze keer op keer.

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *