De tweeling deel 16

De tweeling deel 16

Herman
Hoofdstuk 34

De volgende dag is het onwerkelijk stil. De zware gevechten om de dam zijn afgelopen. Een dag later, op 3 november 1944, komt iemand van de ondergrondse op een motor het dorp binnengereden. Bij de burgemeester stopt hij voor de deur en belt aan. Hij overhandigt de burgemeester een brief. Bevend van opwinding maakt die de hem open en leest: “De Duitse commandant op Walcheren, generaal W. Daser, is bereid zich over te geven.”
“God zij dank. Bedankt voor je boodschap.”
De koerier vertrekt naar het volgende adres. De burgemeester kan zijn tranen niet langer bedwingen.  Van zijn vrouw heeft hij een theedoek gekregen om zijn tranen te drogen. Hij rent naar de kerk.
“Kom allemaal naar de kapel,” roept hij naar de mensen die buiten staan.
Buiten adem komt hij de kerk instormen. De dominee kijkt hem verbaasd aan.
“Het is afgelopen. De oorlog is voor ons afgelopen, luid de klokken,” roept hij tegen de dominee, terwijl de tranen weer over zijn wangen stromen.
De dorpelingen komen allemaal aanlopen, want een nieuwtje gaat snel rond in het dorp. De oorlog is over, gonst het door het dorp, want welk ander nieuws kan de burgemeester hebben.

Sara is ook naar de kerk gekomen. Ze wordt niet binnengelaten door de dorpelingen. De burgemeester vreest voor een volksgerecht. Voor hij het nieuws over het einde van de oorlog vertelt, wil hij haar eerst beschermen.
“Stilte,” roept hij.
Iedereen kijkt afwachtend naar hem.
“Sara kan er niets aan doen dat haar man een NSB’er is geworden, zij was het niet met haar man eens, dus laat haar met rust. Wie haar wat aandoet, zal zeer zwaar gestraft worden.”
Een luid boegeroep klinkt door de kerk. Nu roept de dominee om stilte.
“Jullie zijn in een huis van God, gedraag je daar ook naar. Jezus is gestorven voor ons allemaal. Hij heeft zijn ergste vijanden vergeven, jullie moeten Herman ook vergeven.”
De stilte die volgt, wordt alleen verstoord door het luiden van de klok.
De burgemeester vindt het nu tijd voor zijn boodschap: “De oorlog is voor ons afgelopen.”
Godshuis of niet, nu is het feest. De burgemeester nodigt iedereen uit om die avond op het dorpsplein een glas champagne met hem te drinken. Hij heeft een kist met bubbeltjes sap zorgvuldig verborgen gehouden voor deze gelegenheid.

Ondanks, de waarschuwingen van de burgemeester en de dominee, wordt er geroddeld en wordt haar huis regelmatig besmeurt. Het leven van Sara is een hel.
Anton groeit voorspoedig en is het enige lichtpuntje in haar leven. Deze hel duurt ruim zeven maanden vóór haar broer, die in Amsterdam woont, haar kan ophalen uit het dorp. De broer van Sara heeft een kamer geregeld boven een café in de Jordaan. Piet, de café-eigenaar, heeft van de broer van Sara gehoord wat er in haar dorp en met haar man gebeurd is. Sara voelde zich na lange tijd weer veilig.

Iris, Chantal, Lola, Ramon en Dennis
Hoofdstuk 35

Met een bloemetje in zijn grote handen staat Ramon, achter Lola, voor de deur. Iris doet open en zegt: “Kom binnen.”
Lola stelt iedereen voor.
“Dit is Ramon en dat is Chantal en dat is Iris en dat is Dennis.”
“Dank je wel voor de bloemen Ramon en gefeliciteerd met de verjaardag van Lola.”
Iris en Chantal geven hem een korte kus op zijn mond. Ramon is duidelijk verlegen, door de onbevangen manier waarop Iris en Chantal hem een zoen geven. Dennis redt hem uit de situatie door te vragen: “Ramon, heb je zin om mij te helpen in de keuken?”
“Natuurlijk,” antwoordt Ramon dankbaar.
“Wat is mijn Dennis toch een kanjer.”
Het woord ‘mijn’ brengt een glimlach op het gezicht van Chantal. Iris reageert hier niet op, want het is een onderdeel van hun plagerijen naar elkaar, ze geeft wel een pesterijtje terug.
“Omdat Dennis zo geweldig is woon ik hier Lola en jij lekker niet.”

Dennis praat met Ramon over zijn opleiding en toekomstplannen, onder het prepareren van het vlees en de bijbehorende gerechten voor de barbecue. Wanneer dat klaar is vraagt Dennis: ”Ramon, zullen we de tafel in de tuin klaarmaken.”
De warmte in de tuin overvalt ze na de koele keuken. Dennis trekt zijn T-shirt uit en zegt puffend: “Echt heet hier. We moeten de tafel in de schaduw zetten.”
Ramon trekt ook zijn shirt uit. De gesprekken gaan over het kopen van een huis, politiek en het leven in het algemeen. Frisdrank en een kan ijskoud water worden door Dennis en Ramon in een koelbox in de schuur gezet. De Hors-d’oeuvre’s worden gemaakt door Chantal, Iris en Lola. Voor de vrouwen naar buiten gaan met de hapjes trekken ze hun shirt uit. Bij hun wederzijdse inspectie vinden ze hun lingerie niet té aanstootgevend, wel érg sexy.

Wanneer de muggen de baas gaan spelen gaan ze naar binnen. Ze pokeren tot ze er genoeg van hebben en gaan naar bed.
“Mogen wij ook bij jullie slapen dat vind ik gezellig?” vraagt Lola.
“Het is wel een beetje krap, maar dat mag.”
“Ik ga wel op Dennis liggen. Jullie mogen op Ramon gaan liggen hij is lang genoeg.”
“Goed zo Lola. Kwestie van willpower.”
Na het feest gaan Lola en Ramon naar hun kamer.

Lola en Ramon zijn de eersten die ’s morgens wakker worden. Ze douchen en gaan dan de kamer en de keuken opruimen. Tijdens het vullen van de vaatwasser gaat de voordeur open. Een blonde schilderes stapt met haar koffer achter zich aan slepend, naar binnen en mompelt: “Wedden dat die mafkoppen nog liggen te ronken of te seksen.
“Goedemorgen Karin.”
“He! Hallo! Lola, wat een verrassing en wie is die vleesgeworden natte droom van een schilderes?”
“Mijn vriend Ramon.”
“Wat dacht je, ik neem wat ‘langers’ dan zijn we samen normaal, maar zo werkt dat niet.”
“Jij bent duidelijk een zuster van.”
“Hoezo Ramon?”
“Even leuk als Dennis.”
“We zijn een tweeling, vandaar.”
Karin bekijkt Lola.
“Ik heb je een tijd niet gezien. Laat me je bekijken. Van spriet naar een mooie vrouw zie ik.”
“Dank je. Hoe gaat het met jou?”
“Top. Ik zal die twee mafkoppen wakker maken.”
Karin loopt naar de slaapkamer, gooit de deur open en roept: “Wakker worden, stelletje mafkoppen. O, la, la wat gebeurt hier.”
Lola is meegelopen met Karin en zegt: “Hier gebeurt niets, ze vinden het gewoon gezellig.”
“Yes right en ik ben de zuster van Sinterklaas.”
Dennis is de eerste die over de schrik heen is.
“Hallo zusje, wat kom je doen?”
“Ik heb een tentoonstelling.”
“Leuk voor je. Zullen we gaan ontbijten?”
“Ik ga eerst douchen, want ik heb de hele nacht gereden.”
“Wij gaan na jou.”
“Komen jullie maar mee, gezellig,” stelt Karin voor.
“Gezellig, dat woord heb ik eerder gehoord vandaag, het heeft in dit huis een bijzondere betekenis.”
“Wie het eerste eronder staat.”
Dennis wint.

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *