De tweeling deel 22

De tweeling deel 22

Anton, Karin en Dennis
Hoofdstuk 46

Anton is drie dagen nadat hij op de camping is gearriveerd, begonnen aan zijn zoektocht naar de boerderij waar zijn vader Herman over geschreven heeft. Iris en Dennis zitten in het restaurant van de camping te eten als Anton het gebouw binnenkomt. Hij loopt naar de receptie waar Bettie met de administratie van de camping bezig is. Ze kijkt Anton aan en vraagt: “Hallo, wat kan ik voor u doen?”
“Het is een rare vraag.”
“Dat zijn we wel gewend.”
“Ik zoek een boerderij die hier in de buurt moet staan. Hij ligt buiten het dorp aan de rand van een bos. Ik heb er een foto van.”
“Het kan een krankzinnig toeval zijn. Onze dochter heeft er pas een gekocht die heel veel op die van de foto lijkt. Mijn zoon Dennis zit daar te eten, u kunt hem het beste vragen of het uw boerderij is.”
“Ik wacht tot hij klaar is met eten, mag ik ondertussen een kopje koffie van u?”
“Natuurlijk.”
Anton kijkt naar Dennis, hij komt hem bekend voor zonder dat hij kan bedenken waarvan.
Wanneer Iris en Dennis uitgegeten zijn, gaat Anton naar ze toe en stelt zich voor.
“Hallo, mag ik Jullie wat vragen.”
“Natuurlijk.”
“Ik zoek de boerderij die op deze foto staat?”
“Waarom zoekt u die boerderij?” vraagt Dennis uit voorzorg.
“Dat is een lang verhaal.”
“Wij hebben alle tijd.”
“Ik zal het in een notendop proberen te vertellen. Mijn vader was in de tweede wereldoorlog, lid van de Gestapo en gelegerd in Orange. Aan het eind van de oorlog heeft hij mijn moeder een brief gegeven met deze foto erin. Hij hemelde het dorp en de boerderij op, na de oorlog wilde hij die boerderij kopen.”
“Mag ik de brief lezen?”
De korte aarzeling is genoeg voor Dennis om achterdochtig te worden. Anton is gewend om, net als Dennis, lichaamstaal en andere signalen op te vangen van criminelen en getuigen. Hij ziet dat hij met deze man geen trucjes kan uithalen.
“Ik snap waarom je voorzichtig bent en jij snapt waarom ik voorzichtig ben als je de brief hebt gelezen. Laten we stoppen met psychologische spelletjes, daar zijn we beiden te goed in. Mijn motto is wantrouw niemand en vertrouw niemand.”
“Dit is de brief en de tweede foto.”
“Dit is absoluut de zolder van onze schuur. In de gierkelder zijn de overblijfselen van uw vader gevonden. Wij vermoeden dat hij joden liet onderduiken in de boerderij. Ze moesten daar kennelijk voor betalen en dat is de schat uit de brief. We weten ook dat hij betrokken is geweest bij de dood van vier Duitse soldaten die de dochter en de vrouw van de eigenaar hebben verkracht en vermoord.”
“Mag ik de boerderij zien?”
“Rij maar achter mij aan. Dan gaan we ook de schat zoeken.”

Tien minuten later zijn ze onderweg.
“Iris, wil jij Karin bellen en zeggen dat we een gast meenemen, want je weet nooit wat die gasten aan het uitvreten zijn.”
Na het voorstellen en uitleggen wie en wat Anton is, beginnen Karin, Iris, Dennis en Anton aan het uitwisselen van ideeën en wat ze weten over de geschiedenis van de boerderij. Dennis laat Anton de brief van de oude man lezen.

Geachte Karin en Dennis
De boerderij is gebouwd door mijn opa die een fortuin heeft verdiend aan een zilvermijn in de gorge de Chassezac in de buurt van Les Vans. De bedoeling was om het omringende bos te kappen en het hout te verkopen. Op de vrijgekomen grond zou geboerd gaan worden. Ik denk dat het de bedoeling van mijn opa was om voor zijn zoon een comfortabel huis te bouwen, want wat moet een boerderij met een zwembad. De grond bleek ongeschikt te zijn voor landbouw en daarom is de houtkap gestaakt. Op bescheiden schaal is er wel groente gekweekt en vee gehouden zodat de boerderij zelfvoorzienend was.
Enfin, dit doet verder niet ter zake.

Zoals afgesproken zal ik in deze brief proberen uit te leggen wat er tijdens de tweede wereldoorlog in de boerderij is gebeurd. Veel informatie heb ik van mijn vader gekregen en waar ik mijn eigen veronderstelling in de brief zet zeg ik dat erbij. De tweede wereldoorlog heb ik bijna helemaal bij mijn grootouders doorgebracht. Dit was nodig omdat ze in een groot huis met grote tuin woonden. Op een kwade dag aan het einde van de oorlog ben ik naar huis gegaan om mijn moeder, vader en mijn zuster te zien. Bij mijn arriveren werd ik opgewacht door mijn vader die mij meteen naar binnen bracht. Hij vertelde dat er een politieagent bij ze thuis was. Deze agent heeft mijn moeder en zuster meegenomen omdat ze joods waren. Die agent is later teruggekomen en heeft een tijd in de boerderij geschuild voor de geallieerden. Op een dag is hij weggegaan en mijn vader heeft nooit meer iets van hem en van mijn familie gehoord. Op mijn vraag waarom de kamer in de grote schuur op slot is vertelde hij dat het vol met zware strobalen zat en het openen van de deur gevaarlijk was, omdat de stapel dan in zou storten. Op zijn sterfbed heeft hij mij verteld wat er echt met mijn moeder en zuster is gebeurd. Ze zijn verkracht en vermoord door een groep Duitse soldaten die op weg waren naar Normandië. Die agent heeft hem geholpen bij het doodschieten van de soldaten. Hij heeft ook geholpen om mijn moeder en zuster te begraven bij de dikke eik, hun lievelingsplek. Waar die soldaten en de agent gebleven zijn wist hij niet en daar heb ik enige twijfel over. Bij het eventueel verwijderen van de strobalen moet u voorzichtig zijn.
Het gaat u goed.

“Als we de twee brieven combineren dan ontstaat er een gespleten beeld van mijn vader. Aan de ene kant helpt hij mensen aan de andere kant profiteert hij van ze. Ik ben bang dat we nooit zullen weten wat er zich precies heeft afgespeeld en ik wil het verder ook niet weten.”
“We gaan de kast zoeken, misschien wordt het dan duidelijker.”
Karin, Dennis en Anton gaan naar de schuur. De anderen blijven achter.
“Het is niet mijn feestje,” vindt Iris.

De kast is snel gevonden. Ze openen het bovenste deel. Hier vinden ze papieren van Anton en de Duitse soldaten. In de laden liggen papieren zakken met inhoud. Voorzichtig opent Dennis er een van. Hij schudt de inhoud uit op de plank van de kast. Het zijn diamanten.
“Mijn god, daar ligt voor een vermogen,” roept Anton.
“Nu moeten we oppassen, want er is misschien een reden waarom ze apart in zakjes zijn verpakt. We doen deze weer terug in de zak en we doen hetzelfde bij de anderen.”
Ze bekijken zes zakjes met diamanten.
Nu openen ze de deurtjes van de onderste kast. Hier komen gouden sieraden tevoorschijn.
“We stallen alles uit op deze plank. Karin wil jij dit fotograferen?”
“Ik pak mijn toestel en zal ik dan Isabelle waarschuwen?”
“Excellent idee.”
Zorgvuldig worden de diamanten geteld en op verschillende manieren, van totaal tot extreem close-up, gefotografeerd. Hetzelfde wordt gedaan met de sieraden.
Anton houdt afstand van het fotograferen, hij denkt: het is allemaal bloedgeld door mijn vader bij elkaar geroofd, hoewel hij aan de andere kant ook hun leven heeft gered. Ik moet er in ieder geval geen cent van hebben als ze het mij aanbieden.
Voor de tweede keer wordt de grote schuur door de politie en defensie minutieus onderzocht.

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *