Bad rituelen tijdens het oppassen

Bad rituelen tijdens het oppassen

In een weekend, ongeveer elf jaar geleden, moet onze dochter op zaterdag werken, dat wordt voor ons oppassen. Vrijdag heeft ze haar twee ‘meiden’ al gebracht. Rosie van vier maanden en Kim van bijna zes jaar. Vrijdagavond gaan we wandelen, Rosie in de kinderwagen en Kim duwen. We bezoeken twee speeltuintjes in het park van onze woonwijk. Het is halfnegen, dus hoogste bedtijd.

We doen eerst wat Rosie moet doen zoals, flesje melk leegdrinken, boeren als een polderjongen en een luier groots bevuilen. Na dit zware werk gaan we naar bed. Rosie in haar reiswieg en Kim tussen ons in, want ze vindt het zo gezellig om bij ons in slaap te vallen. Slaapt ze, dan til ik haar over naar haar eigen bed.

De volgende morgen om zeven uur is Kim wakker en komt bij ons in bed liggen. Ellie gaat met de kinderen naar beneden. Tot mijn schande val ik weer in slaap. Kim maakt mij later wakker met de kreet: “Opa er is thee!”

Na het theedrinken gaat Kim in bad. Dit verloopt, bijna altijd, volgens een bepaald stramien. Oma doet haar in bad en roept mij dan om op te passen. Oma gaat dan wat nuttigs doen, zoals opruimen of in dit geval op Rosie passen. Kim ligt in bad en ik zit ernaast op de dichtgeslagen klep van de wc. Nu beginnen de rituelen die bij dit badderen horen. De volgorde verschilt maar de spelletjes blijven hetzelfde. In bad heeft ze een soort vierkant theater van opblaasplastic en een paar handpoppen. Dit geheel heeft mijn vrouw ooit bij AH bij elkaar gespaard of geregeld. Het heet: ‘De kleine zeemeermin’.

Ik moet van haar onder water naar de poppen zoeken en dreigen om haar daarmee te pakken. Daarna gaan we met sneeuw spelen. Kim neemt een hand schuim en blaast dit naar mij toe. Even later ben ik drijfnat en zit onder het schuim. Daarna ben ik aan de beurt. Ook ik, neem een hand schuim, haal heel diep adem en in een knal blaas ik mijn adem in de belletjes. De hand schuim valt in kleine stukjes uiteen en het is net of het sneeuwt. Aan dit spel komt een einde.
“Propjes gooien,” roept ze.

In de douche staat een afvalbak met een deksel, daarin zit een openklapbaar luikje dat ik openzet. Ze gaat op haar knieën zitten en ik geef haar een velletje toiletpapier van de rol. Ze doopt dit in het water en maakt er een propje van. Dit propje gooit ze zeer fanatiek door de opening in de afvalbak.
“Een, nul,” zegt ze.
Nu is het mijn beurt. Ik maak ook een nat propje. Dit gooi ik héél geloofwaardig mis. Twee nul, wordt het. Bij 23 tegen 22 verwatert het tellen en we spreken af dat we straks tegen oma zeggen dat ze met 41 tegen 40 gewonnen heeft. Hoewel de spelletjes altijd hetzelfde zijn probeer ik er toch wat variatie in aan te brengen. Met schuim uit het bad begin ik het luikje van de afvalemmer dicht te maken. Met drie handen vol schuim is het gat dicht. We beginnen opnieuw, waardoor in het schuim ronde gangetjes ontstaan. Hier hebben we veel plezier om, tot dit ook begint te vervelen.

Kim vindt het tijd worden om de haren te gaan wassen. Met de handdouche maakt ze haar haren nat en ik wil er shampoo opdoen, maar dat is niet de bedoeling en ze zegt met héél erg veel nadruk: “Dat kan ik zelf wel opa.”
“Sorry hoor,” verontschuldig ik mijzelf.
Ze begint het lange, blonde haar te wassen. Hier en daar help ik een handje wat in stilte wordt toegestaan. Dan komt het uitspoelen. Ze doet bij het uitspoelen door mij altijd een washandje voor haar ogen. Nu wil ze het zelf doen. Met een washandje voor haar ogen zet ze stoer de straal op haar hoofd maar met één hand uitspoelen gaat niet goed en ze zegt: “Opa, doe jij het maar.”
“Oké, dat is klaar, we gaan naar oma,” zeg ik.

“Nee, er moet nog eh….”
Ze kijkt me wachtend op een antwoord, uitdagend aan. Koortsachtig denk ik na en dan weet ik het.
“Crèmespoeling!”
“Goed zo opa,” is mijn ego strelende beloning.
Ze pakt uiteraard de juiste fles en doet dit helemaal zelf, want het schuimt bijna niet. Ze stapt uit bad en ik sla een grote handdoek om haar heen. Bij de trap zegt ze: “Je moet me wel tillen opa.”
Grijnzend naar elkaar lopen we samen de trap af. In de kamer zegt ze tegen oma, die Rosie de fles aan het geven is: “Ik heb met 41 tegen 40 gewonnen.
Oma weet onmiddellijk wat ze bedoelt en zegt: “Hij kan er niets van.”
Dit is een, opa beledig, grensgeval. Je mag opa plagen of een heel klein beetje beledigen, maar niet te veel. Ze zegt nog nét niet boos: “Nou oma, hij heeft óók veel propjes raak gegooid hoor.”
Oma kent haar plaats weer. We vermorsen de rest van de ochtend door niets nuttigs te doen en gaan dan boodschappen doen. Onze zoon organiseert vandaag een barbecue met twee vrienden van hem. Onze dochter en haar vriend zijn ook uitgenodigd, dus de meiden blijven de hele dag. Kim is, terwijl ik dit schrijf, haar oom aan het helpen in de keuken met de voorbereidingen voor de barbecue.

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.