Boodschappen doen met Rosie

Boodschappen doen met Rosie

Twee dagen in de week passen op onze kleindochter Rosie. Als trotse opa en oma showen we haar zo veel mogelijk of eigenlijk doet ze dat zelf. Een van onze vaste uitjes is, boodschappen doen in de supermarkt. Daar kennen ze haar allemaal of ze zorgt ervoor dat ze haar leren kennen. Bijna twee is ze nu. Het praten, begint haar aardig te lukken. In de straat wordt iedereen die buiten is op een, nog grotendeels, onverstaanbaar verhaal getrakteerd, waarbij ze levendig wijst en lacht. Naar de mensen in de huizen waar we langslopen, wordt driftig gezwaaid wanneer ze voor de ramen staan. Ze zwaaien altijd terug.

Zodra we de supermarkt binnen komen begint de zoektocht naar, Ned, Jojo en Gon. Dit zijn niet hun volle namen, maar afkortingen die Rosie heeft uitgevonden. Meestal is Jojo de eerste. Die neemt haar mee, met de winkelwagen waar ze in zit, naar de kaasafdeling. Daar heeft Jojo een zakje bananenschuimpjes liggen, waar ze er twee van krijgt. Ik loop op eerbiedige afstand achter ze aan. Na het krijgen van de snoepjes zeg ik altijd: “Zeg maar bedankt.”
Dit wordt altijd een luid: “Doei.”
Jojo krijgt een hand, wordt nog even op een verhaal getrakteerd en dan gaan we verder naar, Ned.
Ned staat op de afdeling, vlees en vleeswaren. Daar krijgt ze een plakje worst. Ook hier wordt doei gezegd in plaats van bedankt. Is Ned er niet, dan haalt Gon haar uit de kantine.

Het gebeurt ook wel dat het personeel van de drogisterij, tegenover de supermarkt, een verhaal te horen krijgt. Wanneer Ned in de kantine is, dan hoort ze de kleine snateren en komt met ons mee lopen naar haar afdeling. Boodschappen doen is hier een feest.

Komen we Jojo niet tegen, dan gaan we rechtstreeks naar Ned. Is ze er niet dan zeg ik tegen Rosie: “Ned is er niet, andere keer weer.”
Ze vindt het jammer, maar verder geen enkel punt. Soms is er iemand anders van het personeel die dan de slagerij ingaat om een stukje worst te halen. Na Ned, krijgen we Gon van de groenten. Daar krijgt ze een banaan van. Ik krijg de restanten van de bananenschuimpjes die ik in een papieren zakdoekje prop of opeet. Rosie heeft nu in haar ene hand een plak worst en in de andere een banaan. Om beurten neemt ze een hap of geeft mij de restanten van de worst, die ik in een zakdoekje opberg. Wanneer haar mond leeg is, worden aan de klanten en het personeel verhalen verteld en veel ‘doei’ of ook wel ‘hooi’ gezegd. Hoe dat gaat vertel ik in een voorbeeld.
De chef van de supermarkt is bezig het rek met flessen wijn bij te vullen. We komen bij hem in de buurt en Rosie geeft een van haar hooi’s weg. De man gaat door met zijn werk. Rosie herhaalt, gepikeerd door het niet opletten van hem, haar hooi iets nadrukkelijker. Nog geen reactie. Nu wordt ze echt pissig en schreeuwt: “Hooi!”
De man schrikt, het drong nu tot hem door dat ze het tegen hem heeft. Hij begint zich te verontschuldigend, hoewel het hem al vergeven is. Een week later is hij weer aan het werk in de supermarkt, terwijl wij met Rosie aankomen lopen. Uit het pad komen een paar mensen aanlopen waar Rosie ‘hooi’ tegen zegt. De chef waarschuwt die mensen: “Zeg wel wat terug anders wordt ze boos.”
Onder grote hilariteit wordt haar en zijn verhaal aangehoord.

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.