De doos en de dozen

De doos en de dozen

Mijn kleindochter Rosie van bijna acht en ik, weten van elkaar wanneer iets écht niet kan of mag en dat we het dan ook niet doen. De grens voor deze scheiding is rekbaar zoals u in dit voorbeeld kunt lezen.

Rosie en een vriendinnetje zijn, uit school, bij ons aan het spelen tot mamma weer thuis is. Ze zijn in mijn kamertje aan het rommelen met de computer. Regelmatig zoeken ze kleurplaten op Internet die uitgeprint moeten worden en vervolgens, zonder ooit een kleurpotlood gezien te hebben, in het oud papier belanden.

Rosie komt mij roepen omdat er iets met de printer aan de hand is. Mijn wijze raad om iets anders te doen, zoals kijken naar Enzo Knol, wordt smalend afgewezen. Tijdens het repareren van de printer beginnen de meiden mij te treiteren. Met een kartonnen doos die ik gebruik om papierafval in te doen, slaan ze mij op het hoofd.
“Wees voorzichtig met die doos, want die wil ik houden omdat hij zo laag is.”
Op het moment dat ik dit zeg besef ik dat dit de goden verzoeken is. Het gebruikelijke giechelen en lachen is luider dan anders. Mama komt ze halen en wij gaan eten. Na het eten ga ik werken aan een verhaal. Bij het binnenkomen van mijn kantoor zie ik mijn doos liggen, zie foto.
“Ellie moet je kijken wat die irritante, lieve, eigenwijze, bijdehandse dozen hebben gedaan,” roep ik lachend.
“Jij zal wel weer begonnen zijn die schatjes te pesten,” zegt ze.

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *