De openhartoperatie deel 2

De openhartoperatie deel 2

De aanloop naar de operatie

Op zes december 2017 krijg ik, na een hartkatheterisatie, het bericht dat ik vier omlopen nodig heb. Na deze mededeling ga ik met gemengde gevoelens hierover naar huis. Aan de ene kant blijdschap, omdat ik daarna weer als normaal mens kan functioneren, aan de andere kant de operatie zelf, het verblijf in het ziekenhuis en de herstelperiode daarna.

Om mij voor te bereiden op de hartoperatie krijg ik een oproep om op 14 december 2017 naar het ziekenhuis in Alkmaar te komen, om deel te nemen aan een voorlichtingsbijeenkomst voor hartpatiënten. Ik verwacht enkele medepatiënten. Het blijkt een zaal vol, waarvan de helft gelukkig begeleider is. Toch schrik ik van het aantal mensen dat geopereerd moet worden. Bij mijn aanmelding voor de voorlichting locatie zegt de vrouw die het verzorgt: “Wilt u na de voorlichting bij mij langskomen om wat te bespreken.”
Op een, groot, tv-scherm worden de hartproblemen en oplossingen daarvoor, op plastische wijze vertoond. De vrouw die de bijeenkomst leidt vertelt haar verhaal erbij. De operatie was eerst een vaag begrip, nu is het overweldigend echt. Wat moet, moet, bedenk ik hierbij.
De wachttijd wordt besproken en is twee tot drie maanden. Met deze mededeling eindigt de uitleg en kunnen mensen vragen stellen.
De deelnemers gaan weg en ik meld mij bij de vrouw, zoals gevraagd is.
“In het ziekenhuis van Den Helder is een thoraxfoto gemaakt en een echo van uw hart. De echo is niet helemaal duidelijk of er iets aan een hartklep mankeert. In Amsterdam doen ze het nog een keer om zeker te zijn. Eind januari mag u het VU in Amsterdam bellen om te vragen wanneer u aan de beurt bent.”
“Dat zal ik doen, bedankt.”
Dat is nog geen twee maanden, denk ik blij.

Ik blijf, samen met Ellie, zo veel mogelijk wandelen om een beetje in conditie te blijven. De afstanden worden kleiner en de pauzes onderweg langer. Het leven sukkelt door tot eind januari.
“Goedendag, ik bel om te horen wanneer ik geopereerd ga worden.”
“Niet volgende week. Belt u over twee weken maar weer.”
“Kunt u bij benadering zeggen wanneer dan wel?”
“Nee, dat kan niet.”
Na twee eindeloze weken bel ik weer met hetzelfde resultaat.
“Belt u over twee weken maar weer.”
Hier word ik erg onrustig van en besluit te stoppen met bellen.

Op 20 maart krijg ik een idee. Zullen er meer ziekenhuizen zijn waar deze operatie uitgevoerd wordt, denk ik. Er is een ziekenhuis in Leeuwarden die het ook doet, lees ik op Internet. Nieuwsgierig hoe zij de zaken aanpakken en hoe lang hun wachttijd is, bel ik ze op.
“Als u de papieren door uw cardioloog hiernaar toe laat opsturen dan kan ik nu al afspraken maken en wordt u over twee weken geholpen.”
“Ik zal erover denken en als ik weet wat ik ga doen bel ik u op.”
Dit klinkt heel anders dan de: belt u over twee weken nog maar een keer, uit Amsterdam.

Nu zit ik in een dilemma. De afstand tot de beide ziekenhuizen is hetzelfde, maar hoe is de kwaliteit van het ziekenhuis in Leeuwarden.
We overleggen met de kinderen wat zij ervan vinden.
“Pa, bel nog een keer naar Amsterdam en als daar niets uit komt zien we wel verder.”
Briljant plan. Met een heel andere intentie en gemoedstoestand bel ik naar het VU.
“Dag mevrouw. Ik sta al sinds begin december op de wachtlijst, ik wil weten wanneer ik aan de beurt ben.”
“Even kijken. Ja het is wel erg lang, een ogenblik. U staat nu op de planning voor vrijdagmorgen 6 april.”
“Dank u wel.”

Op donderdag 5 april moet ik voor onderzoeken om 9.30 uur in het ziekenhuis zijn. Ik blijf daar dan slapen. De kinderen brengen mij weg.
Ruim op tijd, in verband met files, vertrekken we uit Breezand. Op Internet heb ik gezien dat de files enorm zijn. Enigszins gestrest hierover, stap ik in de auto.
“Geen paniek ouwe, we komen echt wel op tijd.”
Ze hebben een app op hun telefoon die ons een hele andere kant op stuurt dan ik zou zijn gegaan. Bij IJmuiden gaat hij van de snelweg af en stuurt ons langs het Noordzeekanaal naar Amsterdam. Tot mijn verwondering zijn we ruim op tijd in het ziekenhuis. Die app moet ik hebben neem ik me voor.
Mijn dochter blijft de dagen dat ik in Amsterdam verblijf, overnachten in het gastenverblijf van het ziekenhuis, mijn zoon en schoonzoon gaan terug naar huis.
Een vrouw ontvangt ons en gaat mij inschrijven. Ze begin op de computer een eindeloze vragenlijst in te vullen over mijn gezondheid en eventuele allergieën. Hierna moet ik in een plastic potje plassen om te laten onderzoeken.

Tijdens het intakegesprek komt een jonge dokter het kantoor binnen en zegt: “Ik heb slecht nieuws voor u.”
Ik ga dood, denk ik. Het gevoel en de reactie wat deze mededeling oproept, lijkt op die van de foto hieronder, van 40 graden in de schaduw, naar nul op de sneeuw.

plak sneeuw

 

“De operatie gaat niet door.”
Gedurende een paar seconden is er totale opluchting; ik ga nog niet dood.
Een andere dokter komt de kamer binnen en zegt: “U wordt maandagmorgen geopereerd. We gaan nu alle onderzoeken doen die nodig zijn, dan is alles klaar voor maandagmorgen.
“Hoe lang duurt het voor we opgehaald kunnen worden,” vraagt mijn dochter.
“Over ongeveer een uur,” antwoordt de opvangvrouw.
Mijn dochter belt naar de mannen om te vertellen dat ze ons weer kunnen ophalen. Ze zijn in Heerhugowaard en komen na een paar boodschappen direct naar ons toe. Ik kijk op de klok en denk: ben ik om twaalf uur weer thuis.
De mannen arriveren en zitten in het kantoortje. De opvangvrouw biedt haar excuses aan voor het feit dat ze heeft gezegd dat ik binnen een uur klaar zou zijn met alle voorbereidingen, want dat is niet zo.

Er wordt een echo gemaakt en weer een thoraxfoto. We moeten wachten op iemand van de anesthesie, die dezelfde reeks vragen stelt als de opvangvrouw ons al heeft gevraagd. De opmerking, het staat allemaal al in de computer, maak ik niet.
“Hoe laat moeten we hier zondag zijn?” vraag ik aan haar.
“Vier uur ’s middags.”
We vertrekken om halfvijf uit het ziekenhuis, op naar de files.

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.