Mijn onweer deel 8

Mijn onweer deel 8

Om ons te verwennen hadden we, in 1998, een gite met privé zwembad gehuurd in de Ardèche. We waren twee dagen eerder vertrokken om alvast de omgeving te bekijken. Deze dagen brachten we door in een B&B, in de buurt van ons vakantiehuis. Het weer was typisch voor de maand mei; regen en onweer. De eerste nacht in de B&B was het onweer zeer hevig. We reden de volgende morgen door de omgeving en zagen hoe hoog de, dan al weer rustige, beken hadden gestaan die nacht. We bleven ons hierover verbazen. In Les Vans dronken we een kop koffie op een overdekt terras.

Het werd tijd om naar de gite te gaan. Tijdens het uitladen en kennismaken met de eigenaar, was het droog. Dit duurde niet lang want boven de bergen kwam er weer een bui aanrollen. Voor de eerste keer in ons leven zagen we, live, wat een bui in de bergen kan betekenen voor mens en dier. Een anders kleine rivier werd een woeste stroom. De Ardeche zag geel en kon niet door kanoërs bevaren worden. De volgende dag werd het prachtig weer voor de rest van de vakantie, tot we naar huis gingen.

Familie en vrienden hoorden van ons vakantieplan. Op de TV was in die tijd een film of een serie aan de gang waarin de hoofdpersonen in een bad zaten met brandende kaarsen om zich heen.
“Dat moeten jullie ook doen in je zwembad,” werd er gejend.
Op een avond besloten we voor de grap, dit inderdaad te doen.

De terugreis begon met een bewolkte lucht. Hier waren we blij mee omdat onze auto geen airco had. Om acht uur ’s morgens namen we afscheid van onze huisbaas en zijn vrouw. De auto was vol met heimwee naar ons plekje. Even voorbij Lyon begonnen we ook naar huis te verlangen. Aan onze linkerkant zagen we daar een bizar donkere lucht verschijnen. Vloekend keek ik ernaar en we spraken af om te proberen de bui voor te blijven. Plankgas reden we door. Ter hoogte van de Villefranche sur Saône kreeg hij ons te pakken. Door de regen waren we gedwongen zachter te gaan rijden tot die regen overging in stukken ijs die met angstaanjagende klappen tegen de auto en voorruit sloegen. Nu waren we, net als onze medeweggebruikers niet in staat verder te rijden. Op de vluchtstrook wachten we het ergste af, tot we langzaam verder konden rijden. Vlak voor ons sloeg de bliksem in de vangrail. De auto schudde door de schokgolf. Een wolk ozon, met zijn specifieke geur, kwam de auto binnen. We strompelden door op zoek naar een plek om de bui af te wachten.

We vonden en tankstation. Op het moment dat we het terrein van het tankstation optraden zagen we de dakplaten van het station dansen op de storm. Razendsnel reden we door. In mijn achteruitkijkspiegel zag ik de platen door de lucht vliegen. We vervolgden onze marteltocht. Bij Metz zag je, vanaf de snelweg, de stad in de diepte liggen. De bliksem gaf hier een voorstelling waarbij het mooiste vuurwerk schril afstak. Om drie uur ’s nachts bereikten we Brussel waar het onweer stopte. Om zeven uur begonnen we de auto uit te laden.

Wil je de eerste van je vrienden zijn die dit deelt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *